AFR Thelma De Jong in me of Gerrit De Jong

ij

M YOUN FANT AM HN

$ 1197 23204

en

Kerk’ van Jezus Christus

van de ;

à

UITGEGEVEN DOOR A NEDERLANDSCH- BELGISCHE: ZENDING <

CROOSWIJKSCHE SINGEL 165. Bee

ROTTERDAM.

RE

VOORWOORD.

„De behoefte aan liederen, geschikt en doelmatig voor de Heiligen der laatste Dagen en die aan de beginselen van het Evangelie beantwoorden, deed zich reeds vanaf het begin van het zendingswerk in dit land gevoelen, doch hierin kon redelijkerwijs slechts voorzien worden, naar gelang het werk zich uitbreidde. In 1872/38 vertaalde Ouderling S. vaN Dijk eenige van onze liederen uit het Engelsch, en op verschillende tijdstippen sedertdien hebben sommige der Zendelingen in Nederland hunne talenten en pogingen in dezelfde richting besteed. Tweemaal is er een liederbundeltje gedrukt en uitgegeven, zonder muziek. Gedurende de administratie van President EDWIN BENNION (1898/4) werd een begin gemaakt aan de vergrooting van het toen in gebruik zijnde liederboek, en dit werk werd voltooid onder het bestuur van President Asa W.Jupp en met de bekwame medewerking van Ouderling W.J. pe BRIJ en verscheen in December 1895 met 1387 liederen op eon- steramige muziek.” (Uit het Voorwoord der uitgave van 1899.)

De volgende uitgave was die van 1899. Zij was een aanmerkelijke verbetering op de vorige drie, daar zij ver- scheen met vierstemmige muziek voor al de liederen en er aan de verzameling ongeveer 40 nieuwe zangen toege- voegd waren. Deze waren door Ouderling ALEx NIBLEY voornamelijk uit de meest gewilde liederen onzer Kerk zorgvuldig gekozen en voor het meerendeel uit het Engelsch en het Duitsch vertaald door Ouderling PauL RoOELoOFs.

Onder het bestuur van mijn voorganger, President ALEx

NIBLEy, werd de taak ondernomen om wederom een uitgaaf te bereiden, daar de vorige nagenoeg uitverkocht was. De gelegenheid werd benuttigd om den liederen- bundel met een 5Ûtal nieuwe zangen te vermeerderen, waarvan de wèlgeslaagde keuze voor het grootste deel door President NiBLeEy was gemaakt uit onze beste Engelscho kerkzangen. Van dit aantal zijn er 17, waarvan wij de verta- ling te danken hebben aan de welwillende medewerking van Ouderling FRANK I. KOOYMAN; die liederen hebben wij bij de titels met *,* aangeduid, alsook 6 of 7 liederen die reeds in het vorige boek gebruikt waren, doch waar wij de voorkeur gaven aan latere vertalingen van Ouderling KoovyManN. Ongeveer 30 van de nieuwe gezangen die in deze uitgave verschijnen, zijn vertalingen door Ouderling PAUL RorLors; deze zijn bij de titels met * * gemerkt, alsook „de liederen reeds voorheen door hem vertaald en in de laatste of de laatste twee uitgaven opgenomen zoowel als in de tegenwoordige. De gedichten en versvertalingen van Ouderling W.J. pr Brij, ten getale van 20 in deze uitgave overgenomen uit de vorige, zijn met * gemerkt. Wij zijn niet in de gelegenheid gesteld om te weten, wie de ver- talers zijn van de overige onzer liederen, die uit onze En- gelsche boeken zijn overgezet, met uitzondering van lied no. 70, waarvan Ouderling Everr NEUTEBOOM ons als de vertaler bekend is. Omtrent 25 liederen van het vorige boek zijn bij dezen herdruk vervallen, omdat zij muzikaal te weinig verdienstelijk werden geacht voor den standaard waarop wij getracht hebben deze nieuwe editie te brengen; zoodat deze dan verschijnt met een net aantal van 200 nummers. Vele van de oude liederen zijn herzien geworden, met het doel om eventueel gewenschte verbeteringen in uit- drukking, rhythmus of rijm aan te brengen. Doch wijzingen van eenig belang zijn niet gemaakt zonder raadpleging met de oorspronkelijke vertalers der betreffende liederen, wanneer die vertalers ons bekend waren +- of met den President der Zending. En wij zijn van gevoelen, dat hoe-

wel de veranderingen in de liederen enkele maanden lang gedurende den geleidelijken overgang in het gebruik van het oude boek op het nieuwe eenigszins bezwaarlijk mogen schijnen, men de gewijzigde liederen om des vooruitgangs- wille en als men zich met de veranderingen eigen gemaakt zal hebben veel meer zal waardeeren dan de oude.

De bewerking dezer uitgave werd, evenals die der vorige, opgedragen aan Ouderling PAuL RorLors, die geen moeite of zorg gespaard heeft om, zooveel in zijn vermogen was, het werk aan de eischen te doen beantwoorden.

Wij bieden, met het volle vertrouwen dat zij gunstig zal ontvangen worden, deze uitgave aan de Hollandsch „sprekende leden der Kerk en hunne vrienden ten gebruike aan, wetende dat zij een keur en keus van onze meest gezochte Zionsliederen bevat, met liederen over de meest uiteenloopende onderwerpen in verband met het Evangelie lofzangen in groote mate doordrongen met den Geest des Heeren. Mogen deze HEILIGE LOFZANGEN, met hunne groote verscheidenheid, dan in huis en Kerk onbeperkt tot nut worden, tot opbouwing, vertroosting, aanmoediging en vreugde strekken in de verschillende en afwisselende omstandigheden des levens en in den goeden strijd des geloofs, en velen harten recht dierbaar worden. Zulks is onze innige wensch, en daarin zal de beste belooning liggen voor het vertalen door de verschillende gewaar- deerde medewerkers en voor alle werk en zorg aan het boek besteed. |

De Nederlandsch-Belgische Zending,

Sylvester Q. Cannon, President.

Rotterdam, September 1907.

VOORWOORD DE NIEUWE UITGAVE.

Onze zangbundel heeft bewezen aan de eischen te voldoen. De liederen daarin vervat zijn ziele uitingen van blijdschap en dankbaarheid voor de zegeningen die God in deze be- deeling des tijds door de herstelling van Zijn Evangelie den mensch heeft geschonken.

De liederen zijn een onmiddelijk tot God opstijgend ge- bed, geuit door de ziel die Hem zocht en zal met zegeningen op de hoofden dezer beantwoord worden. Zoo luidt zijn openbaring en zijn deze liederen dus Hem aangenaam en dientengevolge washet ons een groote vreugde weder eene nieuwe uitgave te zien verschijnen.

Wijzigingen of verbeteringen zijn niet noodig geweest. Geen bijvoeging of verwijdering van liederen werd geoor- deeld goed te zijn, Behalve No 133, het beter achtende om de oude boeken gangbaar te houden.

Wij uiten de hoop dat deze uitgave spoedig weder blijkt te klein te zijn, wat een blijk zal wezen van het succes en vooruitgang van Gods koninkrijk, waar deze lofzangen zeker zeer veel toe zullen bijdragen.

De Nederlandsch-Belgische Zending, John. P. Lillywhite, President.

Rotterdam, Dec. 1920.

0 ral

0d ee

kr

ER

de

k

HEILIGE LOFZANGEN

‚No. 1.

De Dag der Bevrij

dag der be-

2. Als ber-gen ver-zin-ken en da-len ver-

1. 0 vol-heid van ze-gen! de

3. Laat rol-len de don-der en brui-sen de Ì ken den Hee-re voor Zijn o

„pen-

j dan

af -val van nood meer ont -

zon- di- gen nie-mand in

= opd R= Kea) Î ord NS a = =D) ui ee (eb) el 5 Ss > ua es © 5 5 keb} Î (eb) (<b) [|

Se Sa 0 _… 55 TS N LE, aaf

-lig door

voert onssteeds vei

ba - ring; Zij

tGod-de- lijk woord Brengt licht en ver-hooging, ge-

zul-len de boozen zeer

Dan

er - mag,

Vv

ord. Met vreug degaan velen naar

ids-o

e

5

ko-min

vei- li

lij-den en nood. In__ stormen ge- varen zorgt

ie be -…

e-ven; Doch wij we

he-nen, Zij Hij voor be- wa-ring; En Hij EN

steu - nen op

-ving Aan

Fe

na-de en ver - dren en Zì- on nu

sid -

id BN E: Dh tin & En kif Uil

: NN aj BE u Oh an Il

\ |

hit

WEN „EA

EEE

B SEE

, ZEER

ve -ne woord,

wint aan het eind hel en dood.

ddAd

groeten dien ko-menden dag,

WEES LL” enn Ee vol-kren en na-tiesen oord 'sHee-ren ge -ge

Der

ge - ven

î ® eo pn 8 Ss 5 Î =| ® (<p) e= S E en 5 tn © © ann!

on zijn,

gen woonplaatszal in Zi

-li

Hei

© aje 5 5 E ee Dj (sb ze De keb) B (eb) |

wat niet uit God is zal

sdaar bo-ven een a

zal _— an

ijn.

S Z

ip

Ier.

ns Bani

10

/

nacht vliedt heen, En

en daagt, de

1. De mor-g

SAS em SE 8 Eme) SE ] > ie © Do e= Ee. had >

Te, D ea 5) zen Be! ESS Tr > =| Ant 0 8 © e 805 er md DD Zom vi El FS SD 0 0 EAA

in,

is ont- huld; In

licht der waar-heids-zon; De

thel - der

1 mer BS Tr 8E den L] o 2 ke | | 0 © fide) Î À SE E as u nd en | 0D ad EE es Li, s SE

d: Als

dag, Die laat - sten tijd Ver- glans, Haar

schoo -ne

ze - gen lang voor-zeg

rijst die de - zen blinkt met schoo-nen

glans van Zi on { den

glo -

ve - ler hart met licht ver-vult, Die nieuwt de vol - ke - ren al - om, Ver- roem weer-galmt van oord tot oord, Haar erf - deel het be - loof -de land, Als

Ad ed ed rarr. EE, BERNE Wi TRE Ge CX) GAN ES 5 B EEE ALE r EEE A Ô ED LEET Ee Et EEn DEE HN EE KEE

Ver - nieuwt_—_ Haar roem___

Als: erf -

, = EN Ke ndented L e\ Eert Ce ER IE EN (ON EEN EEN ON) (FEEN ROSEN REEN EED | TN EEN OE ER OU NEEN En EEN GERE (GSE PN END CAE REN GRS | EEEN Me OI U OE MI EE ED VELDEN ESE ICONEN EENS | Rr NA MEG DEN ON SED GD ED EE EAD |

ve der hart met licht ver - vult. nieuwt de vol - ke - ren al - om. roem weér- galmt van oord tot oord. erf - deel het be - loof - de land.

nas nd Len laire gee dd JR EREN KERS | He 2) fe Bedek Ee CE EEE EN ME AE WEEREENS AEDES) ENE 0 EES EEE TE BERNE GAN NEEN EN EN OVEN OM EN EN |

4 ons ler hart met icht ver - vult. eha vol - ke - ren al - om.

weer - galmt van oord tot oord deel het be - loof- de land.

5. ‘tRecht van omhoog, het woord uit daard, Getuigen saâm, zooals voorspeld. Heft aan een lied, zingt Gode lof, Wijl aard en hemel heil vermeldt! (&zs)

NS

Leid ons, Goede Meester!

1.Leid ons, o Gij goe-de Mees-ter, Vei-lig

Zi- ons bron-nen, Dat haar zal gaan sid- dren, Geef dan

2. O - pen, Je-zus, 3. Als deze aar-de

land. Wij zijn zwak,maar

gen ruisch.

et

tbe - loof- de -

naar

=kÔ :

vuur

Laat de

Ze -

deel

Als Uw oor-

b|

rust _

sal ars ae Ore ie 288 IJIJ Ii 8e mm 5 ss et SES Ii 288 | es 0 5 1 Bp Bee hi ed kt 1 | Sad SS © © EE Een SS © P Es) ii | EE ® HE

Red- der, tui - gen

Red- der, Groo=te

ms

rt Keb) “Pr le} © © Ln) ES | kb) eg el © en a _@ ua © es) el Er keb ao an | LD) am, rd 5 3 mn)

Groo -te

Huis. kust

. ’kZal dan jui-chen,dankbe -

Voed ons tot de Hee- re komt, Heil-ge Trooster,

Breng ons dien ver-wach-ten dag, Groo-te Red-der,

U- wen grooten naamter eer, ’kZaldan jui-chen,

IN EE Ik 88 LS © $ (b) Ik sf fa and . Eef Bt 8 BE mum nn ih SE tie EE > TO EE eene ij © © &= ie | 58 a F$ ge N=

d (bj © han Et sn EE, ui 8 Ui 8 Ë 8 Ï &b ua 5 1 4 ulhe 5 hi sl = haus ( | 5 en = UE eg ge)

rn

God is Liefde.*+*

T. C. GrraGs.

- mer -

“bloe

met haar

1. D'aar - de 2.tZoet ge - luid op

berg

wel len

hoop die

»

lacht ge - schal bron,

zon - ne blij har Ste

len __ rei- ne__

waar de voog-

’t Lucht-ruim Van der Uit een

ruimt’ op_— de kreek,

- de

R ij al ap Î ® rd

bries- je

Van het Al

's He - mels

A

ddie

de vreug

de

bruist en schuimt der beek,— op aard,

len tui - ge - nis,

lief - de

geeft ge - tui - ge - nis, geeft ge tui - ge nis,

Ei ap jn = 8

mur-me - geeft ge - Hee re

het eer de___

Al - les__ Äl - les Dat__

/ , ‚e - ven stil, o Rood-huid, Zeg 2. Ik was eens ’tblij- de E - phraim, Dat 3. Zij leef-deh slechts van ‘tja- gen, In 4.Mijn lang ge - bon- den broe- En | ke

ì &

d

mij, wat is uw lot? Wäarrichtgij. u - we zijn pro-fe -ten had; De gunsten Godsver- plaats van werken vlijt, Dus werdons ras ver- ee - nen zich te zaâm, Ver - la-ten'twil-de

/ ) schre-den, Hebt gij geen huis, geen God? Met dwe - nen Bij '‘twij-ken van het pad; Eer_- wil - derd,Zelfs tot op de- zen tijd. Maar de le - ven, En lo- ven Go-des naam. Dan__

vee -dren en met dat uw volk ons ken - de, Nu

„hoop zal in ons blij - ven, Als

_ zul - len weal- len jui - chen

fie - re dracht ge-kleed, Met hou-dingrechten eeu-wen lang ge-leên, Toen zon- dig-den onze of de Geestons zei: God komt tot on- ze

Je- zus rei - ne leer, Ver - kon-digd van den

& TES ebde STA EN Ma EEEN EEA ESTER on EN EE GEEN | EA on CEE CE ON GEEN UE" EEEN 0 CEERD CE CED" EAT | ARE EEN ALE OEE LEEN MN S Î id / LED

sta - tig Was het dat hij be - leed. ou - ders En dwaalden van God heen. red-ding En maaktons we-der vrij. _ he - mel. Tot lof van on- zen Heer. _

No. 6

_ Vast als een Rotssteen.**-

vast als een rots-steen is, ‚In ie - de - ren toe - stand,’ zij . Vat moed! Hij is met u, ©

door bit - ter lij - den Hij

zie le, Gods Woord! Geef acht, volg het

krank of ge . zond, Of ar - moe-deu

wees niet ver-schrikt, Want Hij is uw

u__roept te gaan. En gij veel ver- EN el _&

_ na, gij die het hebt ge - hoord: Wat

zoekt, of ge - luk_ gij hier vondt, Te -

God, die uw lot hier be - schikt; Hij

driet on-der - vindt op uw paân, Zoo _ de

meer kan Hij zeg.-gen,dan Hij heeft ge- huis of op weg, of op land, zee of sterkt u en helpt u, ver -nie-tigt het zal Hij in smar-ten van u geens-zins

ir 3 BEEN FEE wen enn en {A EEN EN MEP NEE dB U Ten VG OGS NEP EN ON DEN REDER EN LEN, FEE AE ESES A

B | daan? 0, sluit u aan Je - zus, o

meer, Naar u - we be - hoef-ten, naar kwaad, Als gij vol ver - trou-wen, als vliën, Maar bij standen hul- pe, maar

OE TEE ESE

sluit u aan Je zus, o sluit u aan u - we be - hoef-ten,naar u- we be- gij vol ver - trou.wen,als gij vel ver. bij - standen hul - pe, maar bij-stand en

Je - zus,den Red - der, toch hoef. - ten zoo geeft u de trou - wen op Hem u ver - laat. _hul - pe in Ì

Bn Indien door de jaren uw haar is vergrijsd, Zoo is ttoch de Heer, die u liefde bewijst; Als toog is verduisterd, de kracht u ontvliedt, Gedenkt u de Vader, en minacht u niet.

Het hart, dat op Jezus graag steunt en vertrouwt, Is wijs, als ’top Zijne beloften steeds bouwt;

En als helsche machten ook woen om u heen, Zoo zijt gij toch nimmer, neen nimmer alleen.

No. /. Ze \L Jezus werd eertijds veracht”

ARE) VER RONDEN ERROR DOI MEE TTN NERD VEN CEST Ee TEK VG TUD TE EP BERNE RE OEE OLIE SEEN LED IEEE SET A ABEL CART: EEEN" AS BD SN FERRE EN ETEN NEN

BE TAN WL EEEN BEN UN Ee

î. Je - zus werd eer - tijds ver - acht, 2. Eens een nee-drig Lam op aard, 3. Eens heeft Hij van smart ge- schreid, 4. Eens ver - la - ten,- smart als loon,—

.

fa cm MOER ACLTRER KERSEN EERE AE DE UREN LEET DN TERRI VERN BET ESE HOE ME ESLT

No. 8. À 5

_ Uw Dienst is zoet. | ira ENE EEE DEFENCE |V vii ann nr eam BIE ee HE ENEN OR ME EL B EES ER EERE. EN

jj

. dienst is zoet, mijn God_F en 2.Zoet is de dag van heil - ge 3.Mijn hart zal win-nen in— den 4. Hoe groot zal deer gi en ’k U

£ Eeen en lele ze Heer! Ik brengUw naamsteeds lof en eer; _ rust;Geen aard-sche zorg ver - stoort mijn lust; Heer, Het prijst Zijn naam en geeft Hem eer.

breng Als on- derd’ Heil-gen_ ik mijmeng, ds d

En ’kGe-tuig van Uw ver - los - sings plan, O0 dat mijn hart, gansch on - be - klemd, Hoegroot,o— God! is toch Uw werk Wan neer mijn oog— meer hel- der ziet

‘kSpreek van Uw goed - Als Da - vids har - pe zij___ ge-stemd,

Uw raads-be - sluit, on-ein - dig sterk,

Uw

Hoe Gij in ’*tganschheel-al___ ge- biedt,

’kSpreek van Uw goed - heid waar ik kan, Da - vids har - pe__ zij ge-stemd. raads-be - sluit,_ on - ein-dig sterk. Hoe Gij in ‘gansch heel - al ge -biedt.

Ee

De zonde eens mijn vijand sterk, Zal mij niet storen in Uw werk;

‘Inwendig kwaad zal niet bestaan, Noch Satan mij met smart belaân.

6.

Dan zal ik weten, hooren, zien Wat ik begeer dat Gij zoudt biên, _Dan leef ik in de reinste deugd Te midden van de hemelvreugd.

DASS

No. 9.

Verlangen naar God

- men, ne - der?

komst ge -

© ed Lj > =| © ME) 5 c8 hhm) 5 "5

ziel! wat buigt gu uit

Heer zal

gend hert 2. O mijn de

3. Ja,

*Hij-

1.

ven,

Van de

‘in mij ont-rust? Voed het

-not Hij die ‘sdaags Zijn gunst ge-biedt; 'k Zal in

ker naar ’tge

zijt g

Waar - om

men we - der; le - ven,

ter - stroo

sche wa oud ver - trou -wen

dit ver - trou - wen.

fris

Bn le ED 8 5 Kas 5d NR ; Il Ss 2 5 =S en ee Ze ON Es 5 | an es ES e © de Ii & me ZE. Aen hijle os É aps md 1 nn Mm 8 Se iN Eed 5 Es (ee) Bi | ee G rS #5 re N 5 > 0 = e 5e î n ! & SAS N SEE "5 des NT SAS à SE dee de a ME rs Chalk GF EES ge ES 8 8 iS SEE ao ' Om he er Si Ss © 8 D SEE SSS b 9 Ke]

luk. Hoopop God; sla toog naar bo - ven,

wacht,

En mijn hart,wat mij moog tref -fen,

$_

@ 5 ao 5 „5 8 : Eel 5 Ë | 5 is

lo - ven.

hef - fen.

pi

zal Zijn naam nog mijns le - vens

Tot den God

Want ik

tot U!

mijn God,

| Nader,

5 Jr God,tot U, na -der tot Ja -kob eens, nacht om mij

Na - der Ist, als

bij

-„waarts zeer dan meldt mijn

op

le pad

L eel £ en keb) p= rl ee) Er © eed

A,

ori ei 5 =d hd 5 oef 5 © 4) Je Ge 5 ga wa heerd

„mer neêr, he - mel heen den nacht

kom tot rust- plaats vind

mij ook ik “*Leidt naar den

Drukt En

Dat Gij ook in

20

in ín

En - glen zoo Ui:

zal zal na-der tot Ul__

Dan zach -ten toon: -heugd en blij:

Toch na-der tot Ul__ na -der tot Ul__

na-der tot

steeds ver

_d U,

tot U,

Na-der, mijn God, tot U,

Dit steeds mijn wachtwoord zijn: tot

mijn God,

tot ons

KEN om | 5 om > t sh c8 eo © el En) keb 42 1 | 2 SI el Kn = Ë ) E

dreigt men mij ook__ slechts een licht en schoon Fluis-tren op deel ook zij, ‘kZing Na- der, Na-der, mijn God, Na-der, mijn God, tot U,

en kruis en pijn

Vergadering.

1 u sE 62 Ee Pos ® De PO he ij allin mea oss D ed [nd ka nek EE 2857 ARES Ln | ns en 5 LO - 8 ua SAS ESS =| sl Et: kt SS 5 0 © Ep & saas Seg sa 20 me 5 se .8 jn | me en ua gene ih: gesn Ep © 388 Te weed CER: oh ee, es AR EE, STe ne =R: s8 rg EN Ee 5 Ene SSES =| a En En 1 ad De À red SEE SHA & ESS 5 5 CRC re, Dt EAD te in a S sed 5 . es Ds F0 een SW EN ads BES

zij, ven, u,

be - treên he - brengt dui - vel

ver - en

LJ

pad is vrij,

__ nu u denkt, dat mensch noch

smal - le arm maakt

zen hun-nen

prij

daard aan-schouwen mag ‘tVer- ga-dren der' op-

Zij

jag,

hun be -

4

eer IS

Naar Zi-óns dre-ven

Sa-tan ook ver -mag, reis ver - hin-dren kan,

al-

God-die is

Als

ep 8 ks = > ua ' KE dd = ® | ! KP 5

Hei -land In rech-ten In

de -zen laat-sten dag. de -zen lhat-sten dag.

mach-tig— Ge - zegd heeft:„Gij zult. gaan.

he -nen In

No. 18. Strijdt voor het Recht!

Ee

1.Strijdtvoorhet recht; de dag is aan-bre-kend, 2.Strijdtvoorhet recht; de ke - te-nen bre-ken, 3. Strijdt voor het. recht; weest trouw steeds en moe-dig,

Hul-digt een toe-komstvanvrijheiden licht. Geen slaaf-sche vree-ze ver-vultmeerons hart; Voorwaarts,spoedt voorwaarts,dekroonis in ’fzicht!

En-glen daar-bo - ven zijn zwijgend acht-ge-vend Sterk door de hoop,gaan wij voort naar die stre-ken U - we ver-los-sing die na-dert zeer spoe-dig,

P - richt.

gij ver zijn van smart.

strijdt voor het recht.

d'ling, die im - mer vrij

han -

- ke ge-ning wacht u:

Op el Ze -

Waar wij voor

Ea 5 ap 5 |

nl keb) ee an cy onl 5 em ke) a) „5 45 © keb) Bel > © in) Bs S > 5 oi Es ne) ua ac)

1e

ee pn

dt voor de vrij-

| Strij

naar den mor-

En in ge-loof ziet maar uit

EN

er) 5 Á-b La ® Hi) Se s =d 3 E ua | =| > is) 5 5 ua LJ (sb) Pe} Ci pd (eb) | a) © do)

Vergeet niet t Gebed

Voor

„- la - ten,

wo- ning hebt

k) uw

8 2. Toen uw hart met toorn ver - vuld was,

3.Toen be-proe-ving was ge -

ko - men,

bed? Badt gij in den naam des

Dacht gij aan tge- bed?

’tge

Dacht gij aan

Badt gij toen ook om ge-

Toen uw ziel vol was van

bed?

sd

tge

Dacht gij aan

PPP Pp

we - ren, te,

5

l-sem voor het har-

à 5 ze ‚© Ae dE [=D e= 5 De

1

® Ee 5 > ® ES

Or - heil van u

Hee -ren, na hid de, smar -te,

Vroegt gij b;

zet?

à

took zet? Voor u had ge- Hem die helpt en redt?

Waar g'uw voe

t niet

P gee

Ver.

No.14. | | Glorie tot God omhoog.**

EVAN STEPHENS.

| , 1. Glo-rie tot God om-hoog, Dat Hem 't he 2. Je -zus, die voor ons stierf, Ge - voor

3.Dat uit der en-glen rang Weer-galme een

) ' al verhoog; Prijst Zij-nen naam, Prijst Zijnen naam! ons ver-wierf,Prijst Zij-nen naam, Prijst Zij-nen naam! eN Tot Zijnen naam, Tot Zijmen naam!

Zijnliefd’ heeft ons be-reid Eeneeuwge za-lig-heid; Zegt wat Hij heeft gewrocht,Hoe duur Hij ons ge-kocht, Voor Hem heeft God be-reid Den Troon der ma-jes-teit

EEEN

Voor al-le eeu-wigheid, Het waar-dig Lam!

Ons heilsteeds heeft ge-zocht: Het waar-dig Lam!

E e3 ted &o be E 5 5 E ba Fom > © 5

ion.

ij opgaat naar Z

Als g

_ JOHN TULLIDGE.

© & 5 kee) t apt el ben __ & 8 | KE) es i ap e= 3 | es © e= 5 Ei =d

2. Denk niet als gij op-gaat naar Zi- on, Dat

3. Denk niet als gij op

Dat

naar Zi - on

gaat pl

= ter hei - lig en

“werk is voor im - mer ge - daan,

Dat Dat Dat

zijn, goed,

zal

is

niets u meer bit al - les

Ver -

ven, dwe- nen, Geen

1} -

ver -

de zult le al - len zich daarsteeds be -

18

.

gij steeds in vreug zonde en be-drog

vren Om

Ge - Neen,

be - laân.

len -

vij-and gij daar meer ont -moef.

lost van el

zich met uw zorg te

neen! want een. vu

o - ven Ïs

ge

ed

St '

lijk ook de Heer, uw Ver - los - ser, Het neen! want de Hei - li - gen wer -ken Ver-

zijn. be - staan.

‘tgraan, -richts- dag Het

stroo, hout en stop - pels; Ge - on

zal tot den groo-ten ge

en zal hetsteeds zijn, in Zi-

verd als goud moet gij

al - les wat God heeft ge-spro- ken, Zal kwa - de

e= "5 S me} Î =| end àS 5 | (=| % © De] ao 5 t © © Eu ua

an, emd 5 © [} bb © pian! =5 E= & zi (>)

Zi - on zui -

No. 16. Joseph Smith's eerste Gebed Nl

.‚ 0, hoe lief-lijk was de mor-gen, Hel - der 2. Need'-rig smeek-te hij om wijs-heid,—’tWas zijn 3. Plots-ling kwameenlicht van bo-ven, Hel -ler 4. „Jo-seph, dit is Mijn Ge- Bi de ee En

seheent de zon om- hoog, Bij-én gons-den, vo-gels eer - ste luid ge - bed— Toendoor duis-tre zon- de- dan de mid-dag-zon; In een vuur-ko-lom zóó EE zi hoog ge - bod: Jo-seph, die zijn beë ver-

d_

zon-gen, Len-te-bloe-sems streel-den ’toog, Toen in - mach-ten Hem hetspre-ken werd be-let; Maar toch heer-lijk Dat hijtniet be - schrij -ven kon, Stond een ie rn DN a met stil ge-not. 0, pie

lom - mer van een bosch - je Jo-seph werd zijn vast ver - trou - wen Op den twee - tal he - mel - we - zens: God, de

vreugd dg in zijn boe - zem, Want zijn

voor den Heer zich boog,loen in’tlom-mer. vaneen Hee - re niet ont-zet, Maartochwerd zijn vastver- Va - der,en de Zoon,Stondeentwee-tal he mel- oog aanschouwde God! O, wat vreugd gloeide in zijn

bosch-je _Jo-seph voor den Heer zich boog. trou-wen Op den Hee- re niet ont - zet. _ we-zens: God,de Va - der, en de Zoon. boe-zem, Wantzijn oog aan-schouw-de God!

N = ì IN as fe he Ef EEN ERE EAT : Ei TE AE ZE EE ATEN B L_ | ER P_i EE GEREE SEN REEN CRAEN EL EERE EE | fe EEDE BEN VERE EE BE EI REE EE | Nef vi

No. 17.

ij, Ouderlingen Israels!

G

HiB E 2 a Ve 1 gs s BSL >

-als NEE eend

pe En

er-een

il

oogst is zeer groot,maarde wer-kers niet Ei ‚200 N pe 4 dd

am

za Qu-der-lin-gen Is 5 rels, v gaan tot

En redt’tvolkdes Hee-rên‚waardat dan ook Doch zijn wij ver-eend,zoo is Godskrachtons

veel; deed d

mij,

d

5 EN treu

d

sE

k,

Op ber-gén in da - len,op’tlandof de

zij,

tar - we,wij la-ten'ton-

m-len de

deel. Wij zaa leed. Wij hee

en He

- len en wg

Sas zi |, 5 ZZE ee Eeen ME ett A © Ss ke Tan v i Hij KE IE ved 5) % © Sew EE a 5 a En | TAN 5 i Pel 5 5 u He | el ° il

a Se I= Ss kt SS sy ZL st: HE tm ï aN a) Zy BN De Rn Ee dj | 8 Ti Ke BE 8 LEE nn dn es NN $ ë IND zE il 2 Se 85e ke OT S 0 Ji 5 il SA tie 3 en Rn | sin 8 TN isin Sr HT deg MI © nas Ban HE A an ed «+

=s ui en RT

IC be DN _ én

No. 18.

Daar mag de Getrouwe zijn.

s BP ALOE ARN ROEM MI PENNE KART PERRE SER EE EEE NP Es MD K BEIRED" MEREN RENE" OREEEN BESS BUELDS DEIN PEEN EF .n WR, L__@ En

en \

1. Waar men vriendschaps—stem - men hoort, 2. Waar de moe -de rus - te vindt, 3. Waar. al tem - pel is ge - wijd,

[Bel EK ME EE 0 si | )

ED ZEN PEET LEEN WOR EEE fi & > Ee

a BATE PE SEE ars, A ME DN pe ar ian 3 EEE

Ruischenzij als zan -genvoort. De - ze to - nen De be-druk-te vreug-de wint,Waar'tge-boom-te En men Je-zus’ komst ver-beidt,Waar het Pries-ter -

| | de &

vol van Ìust, Vul-len’thartmet liefde en rust. vruchtbaar groeit, Rij - ke oogst uit taardrijk vloeit schap re - geert, Broe-der-lief- de wordt ver- eerd,

hd

IS ,

PA 01 \ \ Weme à pe 5 Ee Gp zn Ah = BUEN. MIER BERTA AED

B Tan Td EE ETE En EC TT A NN EE CN NE

| |

| Als men steeds zijn plichtver-vult, Met Gods Geest en

| En het vee, zelfs zon-der tal, Ze-gent Zi - ons Waar de be - ken klaar enschoon Ruischen voort op

Ep de

met ge-duld, Zijn Gods kin - de - ren ver-eend, berg en dal, Waar ver-jaagd wordt vloek en pijn, zach-ten toon, Waar menwordt ver - lost van pijn,

Ee en VE DAE jn en meme eam - II Pe À Ren EENES NE EREN TIDE

Wordt hun ’tLe - ven eens ver- leend. Daar mag de ge - trou- we zijn. Daar mag de ge - trou-we zijn.

No. 19.

Het Goede betrachten.

koen het___—_

een droom,

s Lb) 2 Le Sn Ee) ui < ie)

De

le - ven

Ook —__ weer in

tijd als een stroom, Gaan spoe

goe- de steeds doen,

-dig voor -

k Heb den strijd hier ge -

bi bh

-gen mag:

komst zeg

jaar En__- nooit blij- ven staan,Voor ons

En al - les vliedt heen,Niets wacht

Werk heb

bij,

En vol

- bracht,

ik vol

A en,

stre

8

met den is ge-

klaar. Op dat wij Zie, de nacht

A

werk hier Is of mij. hard in ge- been: O dat dan wordt ge -

GE

ger

Ë E] Ke Ee | 5 ent pe Ee 3 Ti D Ù zee N= S 0 | ech 50 60.5 2 5 SA Ì SO IJ 8 oo ES SES es ses Ee | 5205 en e. PES id A5 TS TS G ® 8 Oo |=) me Oa HH dai en ERR B 2 5 AD ij ie 28 Kuit ee Ö ® n i En ile 1 | Hi A + Ia: 48 EN OQ 88 En En Ss 5 © Ass A U ) | sis ll EE waas Sk et MSS Wit Seg 1 , WV 1 eel ERE NRD Te Wiee ES Sai À 1m | onse É De | == eb) ; mes en an 5 AA ESE © ro n | ; Ds 5 7 5 Ò 8 p= 5 OS a ue ee es Rean En Od EN HE BER Cin An=4 CIN

un Ee 1 ' 5 PS de D 8 8 <0 Es Es bD id ê_ eo. ° © 0 B 6 | mn a En en & Sr & Tie Er dte ER: 4) Sa S © a 5.5 es 28 Be E TS TS Ee | kad em TI B © ey 2 a Sa SD zak VD om © BSP 5 n' © He IS EEE

tge -

Door heid, Komt ons En be

et U eni

25

ul - len moet, Én wij

rijk Nu

he en een)

| KAT àl

»

En Nu

A

spoen, zin,

_No.20. Avondmaalslied.* Tros. Mc. INFYRE.

Ee E gij er - eén

2. Dit a- Boud -mnaal wijst ons te - rug ' Naar

3. Het broodzegt ons, dat Hij Zijn vleesch, Zijn

4. Het wa-ter of de kelk met wijn, Dien

5.Weest dan ver-eendvan hart en geest, Doet, > de

de- zen he Esen stond, Neemtgij van d it ge- d'hei- li - ge of-fe - rand’ Van ’t vlekloos Lam op le - ven voorons gaf, En voor des menschen men u hier nu biedt,Zegt, dat door Zijn ver- zoo-als Hij eens deed; Op - dat gij aan gal,

RE 7 DAN WZ f

Been brood,Brengt be- ker rond? Gol-go-tha, Aan ’‘thout van vloeken schand. zon-de enschuld Ter - ne - der ging in ’tgraf. eg ten bloed Ge- na-de ons is__ ge - schied. - vond-maal U zelf geen gene eet.

EJ

No. a.

De Groote Redder stierf.”

Adagio. GEO. CARELESS.

1. Aan-schouw, groo-te Red-der stierf, …2. Door snood-aards werd die God ge - hoond, 3. Hoe- wel in doodstrijd Hij daar hing, 4.„Heer, spaar dien bit- Bt je; - ker mij;

Be- vre-dig-deeen ge - bro- ken wet,

Zijn hand en voet en zij door - boord, Ont-viel Zijn tong geen mor-rend woord, sie ie En ii Uw wil ge - schieds

Waar-door ver - zoe-ning Hij ver - wierf, Met door-nen werd Zijn hoofd ge - kroond, Zijns Va-ders wil en vor- de - ring, Eind van mijn werk is nu na - bij.

Waar-door ver - zoe - ning Hij ver - wierf Met door-nen werd Zijn hoofd ge - kroond, Zijns Va-ders wil en_ vor - de - ring

‘tEind van mijn werk

n ons van dood__ en zon-den redt. Wijlsmaaden las - ter werd ge - hoord. Om te ver- vul - len kwam Hij voort. Ont-vang mijn geest, die tot U _ vliedt

5. Hij stierf, en bij dit wreed gezicht Beeft d'aarde, bang zucht de natuur, In schaamte onttrekt de zon haar licht, (bís) Want ’tis eens Godes stervensuur. - ie

6. Hij leeft en needrig buigen wij Om deze lijdensteek’nen hier, Trachten Gods wil te doen, als Hij, (bes) En volgen immer Zijn banier.

Bron van Geloof!**

De is ua =| a pi Ea MNS ES 5 Be o ag

8 TME Ee (5: vra te 8 2S ha js }

ui Ò 5 =S ép

a t2 Se SA

| 1 =. GES | t 3, [cb] 3 le S ee KS SE

IS aA Z NN as

n

i

die

Uw naam ge - looft,

Wiens Geest ont steekt de

4, Aan hem Uw

sl c8 med De LJ u 5 5 Ee 5)

+ Er (29) eb] ag

' eb) ee} +2

S

zn

zzÀ es) 1 © sb) &, ur 1 =| F=)

Heer; sl

Gij hebt macht; le - ven, P!

red - den eeuw - ge

on - Dat om te Geeft Geens het

en Heer, zoo klaar,

dat hei - lig vuur;

-komst wordt voor ons

ons En hij ont - vangt v

Als zijn Vol- ein - der Zelf

Ver-meer in

De toe

Pet

en

LSA ERN DEE EN EE DEE KELE) B CE CNNNCNGER: Mton GOT BENN CREEL Odon ENDS EN CE EEN WE AN OO EES KN BE MEE EE

tGe-loof nooit tot ver - an - dring kwam,

Door waar ge - loof wordt Gij ver - eerd,

tVer-le- den weêr tot ons ge - bracht, En glo-rie, hei- lig - heid en eer,

4 8 SZ al d ER EEEN Bf LAER EE EN EP EN ET Ze) ZEE EEA EEN EEEN MENEN NS BG EN EN Bz A | NA EEN ER EA ED EN EN EDE EN EEE x

_ ’tGe-loof nooit tot ver- an - dring kwam. Door waar ge - loof wordt Gij ver - eerd. #Ver-le - den weêr tot ons__ ge - bracht. En glo-rie, hei- lig -— heid en eer.

EE

De Hetgeen het zwak verstand niet kent, Der rede flauwe straal niet vindt, Wordt overtuigend duid’lijk door Den Geest, die ons met God verbindt. (475) 6. Door het geloof gewordt ons licht, De wolk verdwijnt, de schaduw vliedt; De Ongeziene wordt aanschouwd, Des sterv'lings oog den Heere ziet. (Bis)

- 45

No.23.

God is met ons.”

1.Zi - on staat om -ringd met ber-gen— Z.Aard-sche ban- den sla - ken dik-wijls, 3.God mo- ge udoor vuur be- proe-ven,

Ae Wordt be-waarddoor on - zen tHa-pert vaak aan vrien-den-trouw, Moe-ders Daar-na blinkt gein meer-der pracht, Hij zal

Ì ì

ha-ters zul-len val-len Hoe de vij- and ha - ten somshaarkin-d'ren Maar wat wiss'ling im-mer u_ be- min-nen, Daar Hij u zeer

dis dd ee aa

sa - men - tot; ief-lijk Zi-on, _ lief!lijk men aan-schouw, Go- des lief-de, Go-des dier-baar acht. God is met u, God is

Zi- on, Hoe ge- ze -gend is uw lot. lief- de Kent ver- an - d'ring noch be- rouw. met u, Gij ver- wint in Zij- ne macht.

Het Graan en het Onkruid.”

N

1. Wijl m in ’sHee-ren Kerk op aard’ Wat 2. Zal het ver-zach-ten hun - ne pijn,t Her- 3.Neen; dit ver-er-gert nog hun lot, Want 4. Wan- neer men ons ziet saam-ver-gaärd,Zijn 5. Hij spaart het on-kruid met een doel—Som-

# pi een . _Mj ENEN RRS WERD METEN DGPEN EE MRE LIE EA ANT 4 ble BME AD" BR OO EE MA ECE OON EN LD" EE B fan WAAN? 2 GEEN. EEN B B DE ETE Ee Td mas Ps BDD VRON RAE nn GN

4 ope Ne de

on -kruid groeit bij ’te - del graan, Zal _den-ken hun -ne stand-plaats hier, Hoc zij ver - wier-pen Gods ge - nà; Voor weal-len licht ge - lijk aan’tgraan;Doch _ tijds om - dat Hem bidt een vrind, En

eee, EEE Ce Cd FV VED REE EN KEU BANE LEE LG NET EEN DE OUNL ETEN VERE AEN EV BREE BEAN B EEN ET Seeker - ZEN 7 ZEN MICESTORSNEN COPD A EOD DONNE U MENEREN MOES SAE DT

SEE Mr MEE EE

Sd

_eer'- lang wie - den d'oogst, In- veel zij hoor-den, wis - ten toen Hier de - ze werd het Le - vens- woord Ben 'sHee-ren al - door-schou-wend oog Kan an -dren doet de Heer Zijn wil Ver-

on - der’tgraanzij groei-den fier.

in- stru-menti.van dood en _schä. , Want nooit eens men-schen hart ont - gaan.

vul -len,schoonsoms on - ge - zind.

En dE

LS TetiS ED HELEN BENEN | EU Be Mn LD EER MW nm VE me Bes nea zeen net varen En me ntt 3 Rh Menen en!

glen gaan, El ee EE / gaan En

‘graan.

ENZ.

Want weldra, eze. Want weldra, = 4)

Zoon

„Koor. Moet ieder mensch door d'oogsttijd gaan?

Behoeft Zijn plan hun dienst niet lang: Hij oogst de Zijnen dra, terwijl

Het onkruid branden zal eerlang. Iselk een graan of onkruid, Heer?

Bereid mij voor den oogst van

TEEN WEBER RE EKE R Pi | A an rn Hoewel zij groeien, groot en sterk,

1. Zal zulks dan zijn hun vreeslijk lot?

AN NN NK - nn rn ne

| Als van Gods troon de

SN en

en ma nm

6

N N= LING

Verlossing.

bo el ® Ef 5 eN 5 Of =

Wel - kom

Ziet den

zal __ eens

and

zon gaat

vij Rn

uw

|

Op den berg-top neemt hij dat ver - druk-te

Je - zus zelf toont Zich uw vlie-den zeer

Zi - on, Van u

ko-men, Zi - on,

glo-rie, zwichten

ge-

AT tj} HEAR le " dh

a}

ND TN

REP EUN stand

re Troost,‚ge-boei-de! Troost,ge - boei-del

50

P',

God__ ver - breekt uw zwa-ren band.

Is_ wat gij —_ aan ’tein-de vindí.

d

Men zal u niet meer ontrusten;. Al het leed u aangedaan,

Wordt gedekt door uw verlossing, Door uws Redders groote daân.

Na uw strijden, na uw strijden Vangt een tijd van vrede aan.

No. 26. O, mijn Vader!“

Árr. van E. STEPHENS.

£ 3 ib | Ile) EEn

-

af 1. O0, mijn Va-der, die daar bo-ven Woont in 2. Meteen wijsen heer-lijk oog-merk Zondt Gij 3.'kHadge-leerdte zeg-gen ‚Va - der, Door Uw 4. Magik als mijnproef-tijd om is, Alsmijn

(/ e EN ha & - En in L_a alan Meded DTR DEDEN PEN ON ORO AEN ONO END Bf WAR RENE EEE EE U AS Een AUC CC EE

Dr snee Gi p ef heer-lijk-heiden licht,Wan-neer,ach!herwin'k Uw mij naardaarde heen,En onthieldt mijde her- Geest,die werkt al-om, Maar voor-dat der ken- nis

stof tot d'aarde keert,Va-der, moeder, U ont-

PT | ‚8 led dek eh akk yes 4 he 8 BS MEE Bet NAT CU EE OE OT OE EEN ORE LV MTD A DEN EENS MN 50 BEN ENE MJ BE EE NEIEESS NN EEL Ze AEN AD p DA Diercek ENNE GEEN VEEN AES

bij - zijn En_ zie ’kweer Uw aan- ge- in- n'ring Aan mijn toe - stand in ’tver- sleu - teì Werd ge - bracht, wist ’k niet waar- moe - ten In het rijk waarGij_ re -

zicht?

Woon - de in U - we heil-ge

leên;— Maar toch: Gij zijt hier een om. Zijn daar bo - ven en - kel geert? Als ik dan ge- heel vol -

wo - ning Een-maal niet mijn geest? Werd _vreemd’-ling” Lisp-teeen fluist’-ring soms zoo

va - ders? Neen, dit schokt de re - de bracht heb Al mijn werk door U ge-

Be Ih zijn eer - ste vroeg-ste En ik voel - de mij - ne ant de re -deen d'eeuw-ge boôn,- Wil dan toe- staan dat ik

ted

in Í y Dv,

kinds-heid, Niet ge - koes-terd aan Uw zij? her-komst Uit een meer ver-he-ven sfeer.

waar-heid Zeg-gen:’k heb een moe-der daar. ko- me En voor eeu - wig met U woon.

) ke HI

or ann mann EE DE LEERD U ELEN . O,mijn Va-der, die daar bo - ven 2. Meteen wijs en heer-lijk oog-merk Zondt Gij 3.’kHadge-leerd te zeg-gen ‚Va - der, Door Uw 4, Mag ik als mijnproeftijd om is, Als_ mijn

heer - lijk - heid en licht, Wan - neer, mij naar d'aar - de heen En ont - Geest, die werkt al - om, Maar voor- stof tot daar - de keert, Va - der,

dat —_— der ken _ nis sleu-tel Werd ge -

3 À aa ach! her- win’kUw bij-zijn En zie hieldt__ mij de her -inn-ring Aan mijn moe - der, U ont-moe-ten In het mr

kinds-heid Niet ge - koes-terd'aan Uw zij? her-komst Uit een meer ver-he-ven sfeer. waar-heid zeg-gen: ’kheb een moe-der daar.

Ei aem WA

dh

1. sed aard! de Heer ver - schijnt Als 2.Weest ‘dan ver-heugd als Hij re - geert; Gij, 3. Pijn, leeden vloek zijn dra niet meer, En 4. Wees dan Baene in’sHe-mels. Heer, Gij

DS | ereso. N maki te VAN T a Wen TN TEENS DE EEEN EN B MER SRE OBE Me SL ed

p EEE:

L) y, et ) SES w Ko-ning van’theel-al,_—_ Als Ko-ning van’ heel heil-gen, zingt ver =blijd _ Gij, heil-gen, zingt ver- zonde en kwaad ver - dwijnt, Ja, zonde en kwaad ver-

Is -rel nu ver-spreid,Gij Is-rel nu— ver-

A A A A B ORE EN AREN RE EEN U AES ORN MEERDE ZETG! ES AR “CHAN ENE TIEN UE PEELEN ANETTA ALDEN NER TRUE 17 (TE! (EE AL GO (5 EN AE AN cresc |

al. Ba-zuint het rond,maakt u be -_ blijd._ Het vreug-de - lied _ langs berg en dwijnt, Als God zal bin den Sa -tan’s

reid, _—_ Ba-zuint het rond,maakt u_—_ be -

dal, Het vreug-de - lied langs berg en _— macht, Als God zal bin - den Sa - tan’s heir, _ Ge -lijk het eind - loos ster-ren

reid, En groet Hem met ge - schal. dal, Weer- gal - me wijden zijd.

macht, Nu ’the - melsch licht weer - schijnt. heir, _ Loof God in eeu-wig - heid!

d.

No.29.

Het Verzoeningswerk van Christus.” GEO. CARELESS.

m Je - zus’ disch zijn wij- geschaard, Zijn 2. Zijns Va - ders woon-plaats Hij ver -liet, En 3. O God, helpons om te— ver-staan Het 4. Hij kochtons, Hem be - hoo-ren wij, Zijn

pe

rd

liefd’ heeft ons tot nu— be-waard;tGe- smarten dod ont - zag Hij niet Om groot ver - zoe - nings-werk ge-daan Door le - vens- bloed, prijs, gaf Hij. Wij.

in Zijn ver - zoe - nend bloed Is

ons te red - den van de straf, De

Je - zus, Uw ge - lief - den Zoon, Den

trach-ten Zij - nen wil te_ doen, Te }

wat tot God ons na - dren doef. macht te bre - ken van het graf. Le - vens - vorst, een God der goôn. hou - den al - le_ Zijn ge - boôn.

5

Gods Zoon des Vaders Evenbeeld,

Met eeuwge heerlijkheid bedeeld

Om t overwinnen kwam op aard,

Redt ons van ’t graf, van zonde en smart.

6. Om Jezus’ wil, schenk zegen, Heer, Opdat wij waardig nemen weer, Verheugd in Uw gemeenschap zoet, De teek’ nen van Zijn vleesch en bloed.

No.30. V/ s %

Ion. waa Adler PE ed am ) EE Da DLS ON EEE EEE ENE

EN ak ber - gen zoo hoog, Waar der 2.Schoonde we - reld u haat En uw 8. Door de ber - gen be-hoed, Zal God 4. Ja, wij zin- gen hier nu Blij ter

N je Raaf ek S En an a AE î ET EEE AE CEE EN a TE

he-me -len boog Zichstrekt o-ver uw da - len zoo schoonheid versmaadt,Voor de oprechten van hart zijt gij

ster-ken uw voet, ’sVij-ands nek zultgij ze - ker ver-

ee-re van u, O gij Zi-on,ge-vestigddoor

\ ete E \ ED AED EE a NCN Ek MOEEDREEN RT am ok Re EOD. „MUTE AEDES. GOOR Lt | an VAREN VNT EERE TTB a NN AE EREN U ESP EA NT ted KEI MS P)

ARD, vrij, Waarde bloem lief -lijk bloeit En de tal. Hoe de trotsch-aard ook lacht, U de treên. U-wer vij - an - den pracht Wordt eens God. Uw ver - los - sing breektaan. Uw ver -

stroom heerlijk vloeit, Gij zijt hei-lig en dierbaar voor zon-daar ver-acht, Ik tochprijs al-tijd gaar-ne uw

tot u gebracht, Als voorspeld door pro- fe - ten voor- druk-kers vergaan, Al - le volk'ren be-nij-den uw

mijn Zi-on, land vrij en mijn Zi-on, be-mind van Zi-on, mijn Zi-on, land vrij en ons Zi-on, land vrij en

y, PW rein, Gij een toevluchtvan vree, Ju, voor u ismijn God,Schooneensdwangu be-woog Om te vliedenom- rein,Gansch ontdaan vanuwdruk,SchenktuwGod u ge-

„rein, In uw tem-plente gaan, Voor uwrechtente a Re \ n R\

A\

Le OEE EE ET LE EN ESE CEERD EEP VEE CHE VEE ON NEEN ES U EE 0 KEN Z EE vs CEE CRE OD RED EEE OR AEN 5 PUREE DN IG EE AE

eê, Op u zal al mijnho - pe steeds zijn. hoog Naarde ber-gen, ik deelgraag uw lot.

luk, En uw glo-rie zal eeu-wig - lijk zijn. staan Zal ons voorrecht (d42r! eeu-wig - lijk zijn.

| No.31.

Vriendelijke Woorden.

LJ ® en 5 kel 8 7 2 4, ® 2 u 5 5. fs S 5 a

1. Laat ons vriend-lij

2. Als de stra- len der zon in den morgen, Die

NE, EE

huis of waar w'ook mogen zijn; Zijzijn als de ge-

roepen tot nieuw le-ven weêr, Zoo-als ’t zachte ge-

200 vroolijk en

ijk,

ee

zan-gen der voglen,_ Zoo liefl

kab-bel van’tbeekje,_ Zijn zij decho uit rei-ner

Lb] ao Ld poa) 5 1 S asf =| ® | be) ® er u. © © haf se jar nr|

Laat ons dan met vriend’-lij - ke

il LR je

mi

loe-den als van om-

De vriend-schap ver-nieu-wen, nu

In == V

Met

stem-men _—_

Waar don - ke - re wol- ken ver-

Tot d'een met den an - de - ren

el]

al |

eeds

5

In liefde,‚in vriendschap eneer. iend’-lij - ke woor- den st

Yi © E 5 5 eed GS e3 ee DE) a) 5 Kef nl Pe sel NI

Laat ons vr

in - stemt,

schij-nen…— hart;

smart.

droef-heid en

el

$o A 1

le

De Splinter in het Oog.**

heid spreekt tot 2. Ben ik need’. rig

1. Waar

„der DP)

en zacht-moe « dig,

- de Ten

tot __ mijn broe tg

wi

’k, iN lief

s 5 Kee, 5 En Is rd ei a © jd ze 3e KS) 1 ad @ EN aes! : A 5) Em en

4. Eer

-

ì 5 BEE TEE Hil B 88 EN | 5 be il N AE Jm 5 Ker el ASEE el er a Ean Be | ESE dees eik | ELN 1 EL oBAS» Hi = 5 EG Kn AESS ® ET ai chah ENG ii er 098 II EN ols

tE | EE

en smar-ten,Weet dat hij zich wee vergaart.

nis

WE 33E dE osE AS8 Se > 8 A8 u Se Eee ri Ae ESS Aa EE Oms zes ® mrd 0 SEE arr) SAE)

„Vel - geen oor - deel,

| or) Pe | © © © B ea +2 dd Ne) ) = 1 VW u 5 KEES t | =| 2858

sta - dig wer - ken,

splin - ter ik __ zoo

niet, want dik - werf:

or Er

28E Mn EE 8285 ed OD ken SEE eel AAS YI ee and | ed n= | SET Í ltr lr.

1 tel) S ols Vie © ir. S SSEW d ua „38E D B Elei DO > ged a tg Wij Bee] Sm

© EAS

| so) ) die _ gij uit - meet, Zoo ver-geldt tot den naas - te Houdt mij op den ei - gen oog wees Dat een balk m'ont- balk eerst weg! Nu Tra -nen van be -

y, eens de Heer, Zoo vergeldtu_ eens de Heer. weg tot God, Houdtmij op den_ weg tot God. nam het licht, Dat eenbalk niont-nam het licht. rouw ge-schreid, Tra-nen van be,- rouwgeschreid! _

_

a s ee PPP En Bet Pat

LL

Reine liefde is algenezend, Heeft een grief vaak bijgelegd; Toen ik zag mijns broeders fouten, | Was ik niet geheel in ‘trecht._ Neen, ik wil geen aanstoot nemen; _ Jezus zelf gaf mij den wenk - Splinters zijn zoo onbeduidend, Als ik eerst den balk bedenk. (ss)

en

„Toen eerst het licht der waar-heidkwam Op „Zijn ve -len op Mis -sou -rìs grond Ge- | te Nau-voo, de stad, al - waar de

dood ont-ziet ook niet ons land,Maar

aard’ in de-zen tijd, Hoe wei-ni-gen wer- dooddoor ruw ge- weld, Zij ble -ventrouw aan tem-pel vreug-de gaf, Ook daar vond me-nig gaatsteedsmaaiend voort, En ve -le van de

PERES

zee neen an eens

den er door Met hart en ziel ver À

kun ver -bond, Zijn nu niet meer ge - Hei- á - ge Een kil, maar rus - tig.

Bei - ki - gen Gaan naar een be - ter

iss ss es

blijd! Maar ook van hen hoe ve-len__ Zijn kweld! En zijn zij toen in droef-heid_ Of

af. Zij rus-tendaar in vre-de,_ Van oord. Als dood zijn zij be -gra-ven,_ Dat

dede Ne

DE Sn „er niet heen-ge-gaan, Die in hetgraf nu

is: tot rust ge-gaan. ie an

TEE le DT TER EEEN NET MEERN BUEN ERS aan mame 7 8 ne a ho Hp cl EE NEE DEN LPE MET GES UAE ETEN v VAD CODEER EN ENDE OEL: BEL IEEE ESES Kn EN WGE ME (HETEN VRDS NRE NE AAE OEFEN U EAA GED CH EE EN CED A ; le GP |- A DE ED EN MCH TUD CDE P_| £ Ë Cr | ub ar y | dr

sla- pen, Om __ een-maal op te staan, Om vreed-zaam, Om __ een-maal op te staan, Om glo-rie __ Uit stof op zul-lenstaan, Uit mor-gen,_ Dat_ zij op zul-lenstaan, Dat BET EBEN

ennn

"ef

Die ín het graf nu

een-maal op te staan, O__ neen,‚zij rus-ten tstof op zul-len staan, Tot - dat zij eens in en dh zul-len staan, Maar spoe-dig komt de.

sla-pen,_ Om__ een-maal op te staan. vreed-zaam, Om ___ een-maal op te staan. glo-rie__ Uit _ ‘tstof op zul-len staan. mor-gen,— Dat zij op zul-len staan,

sen |

ed e ed A } ER CRI REET ELEN CEA IE | RD 8 8 8 2: 8 1 id SEN BP LE TE EED AE METEEN ESS NEE IE ES EEE) EEEN | EEN OE ee PERRCR EREN

Wat treuren wij, wanneer zij gaan Van aardsche smarten heen?

O zalig hij, die in den Heer Ten einde heeft gestreên.

Wij allen zullen volgen, Naar hooger oorden gaan,

Om eens in eeuwge glorie Vernieuwd weer op te staan, (bes)

_Om eens in eeuwge glorie

Vernieuwd weer op te staan.

No.34. Avondmaalsgebed.

Andante. GEO. CARELESS.

groo-te Heer, wij bid - den nu, Wij wij dan steeds in-dach-tig zijn Uw e-reid ons oog om steeds te zien Dien

ne -menbrood en wijn, Om thar-te te ver- lij -den o zoobang,Vol-bracht voor ons op

rijk-dom van ge-nà, Die za - lig-heid ons éé - nen band ver-eend; Ver-ge - ven- zoo-als

ad a

ee SE

AI LV P) DEE EEEN BAN El Laa CRA TEN EEN 44 LE OP EEL EET NEN ON EEN LENGTE CES) CEN (OEE A ON DS BES Dc Ve BE EE RT OE

vul - len met Dien Troos-ter god’-lijk rein. Gol - go-thas-De lief - de was Uw drang. heeft be-reid—-Dat elk- hem ga - de - sla!

Gij vergeeft-In ’tle -ven ons ver-leend.

S

waar - heid? De _ waar - heid? De _ ont - valt dra des Ì waar - heid? Het

aen -ste schat; Aardsche weel - de 14 hem ast ge- schoon -ste prijs Voor het stre-ven van go - den en dwinglandshand,Als hij te-gen ge-rech- tig-heid. laatst en'teerst,Zij is bui-ten de Gre Tan den

PO et

NSD ELEEENNERER nn MRE lijk; -. On - schat-baar zal waar-heid voor

mensch Ga, zoek in de diep -te, of. strijdt; Maar d'eeu -wi-ge waar-heid zal tijd; Moog he - mel en aar - de ook

ze CSE UN OTE | N & ni

he | je { EN GEEERE CALE en en en Cn nn MR WAR EEE SCENE TEN LONEN CORE AR ORONNNEREN DI ROES 0) ORNE LADIS Et EEH AEL GENE WETEN SPEEN LIE ONEETRIED ”AEEEN / AET) WEER) PANT

vans od EER en ie - der eens zijn, Als de vorst-lij -ke troon wordt ge- ze daarook zij, Of __ stijgnaaromhoog in der staan im-mer pal, Niets kan haar ver-an -dren of. een-maal vergaan,Wat_ er ook ge-schie-de,blijft

Ne

| AN

id el. | | rekend slechts s _re-kendalsstof en als En-ge-len rei,Z'is het voorAwerp van d'e-del-sten bre ten val, Zij weer-staat zelfs den tand van den waarheid be - staan,On-ver - an-der-lijk in eeu-wig-

er

s 2 EN 3 hd ; 2 ra un 7 : PEN ERWAN B PETA DP OEE EEN WEEG: Kij IE GBZ Me TEV ME OEE EENES RAN …. N ES EEE SRO AE EN OD ENNE NEN 7 NE ALT EES TV B FP ENE ORNE VD me PV ANN EE GE EA LEN VEEN REEN 7 EEEN WEES EES |

® / ® \ \ ON

LTM MEN ALT EN B EE U ge 2

jl) Oe ns ge _ slijk, _ Wordtge - re-kendals stof en als slijk. wensch, Z'is het voor-werp van d'e -del-sten wensch. tijd, __ Zij weer-staat zelfs den tand vanden - tijd. heid, __ On-ver- an-der-lijkin eeu-wig-heid.

an Nh

Tt (8

LEN AE Ei BE EED ARN EEEN | (3 LL EEN EN B ESE OEE BEREN AEN GON LI EE WV ZE OE ED EEE EDER L A A el

7 No.36. Wat is Waarheid?

is waar - heid? zeg, wat is waar - heid? De scep - ter ont - valt dra des

groot -ste schat;Aardsche weel-de is hem niet ge- schoon-ste prijs Voor het stre-ven van go-den en

EK KEN

/ 5 lijk; On - schat-baar zal waar-heid voor mensch. Ga, zoek in de diep -te, of strijdt; Maar deeu -wi -ge waar-heid zal

ie -der eenszijn, Alsde vorst-lij-ke troon wordt ge- ze daarook zij, Of stijgnaar om-hoog in der staan im-mer pal, Niets kan haar ver-an - dren of

rekend slechts schijn, Wordt.ge re-kend als stof en als slijk. En-ge -len rei, Z'is het voorwerp van d’e-delsten wensch. brengen ten val, Zij weerstaat zelfs den tand van den tijd.

JON SEF ERD)

Zeg dan, wat is waarheid? Het laatst en ’t eerst, Zij is buiten de grens van den tijd; Moog’ hemel en aarde ook eenmaal vergaan, Wat er ook geschiede, blijft waarheid bestaan, Onveranderlijk in eeuwigheid.

U.

ij komen tot

W

Heere,

_No.3%.

NL zes IN eee Uh ear dE IL EE EE / e ee \ 5 eef 5 Ss SD ligt ie hk Eke Ke) | Rois | , BI Es Ì Il Be RACE 5 Iik E58 LI BEES EEN dk: | His Sa | EP : NGSEFS WN IN SAE U sees Ee 38e Ì | HN ble IN 4 Li oe GN lijm adhedhile Bae tie TE ' hl DEE ERI Wiens: EEEN Rn: VITE en zalle + VEER Zaag ie EEC) U: 7 Ho Ipse Ie hari: ek: EENS ( ze nj , EE ERE Di © s je ed od sf Ie Ii ES NES EN Ees Sl Ni EN | Ki bud an Bn

Se EN EN EU PEN) EERE | fh EE ET EN CE ELN NE GERE DEE EEN NEN TE ENDE EAN FU EEN EUN EEN ENCI PEEN BCE A EEE as DOI

Net" O0, Gij Hoor-der der ge - beên. Voor wij we - der huis-waarts gaan. Liefd’ en vre - dein plaats van smart. 0, ver - hoor die be - de nu.

nnee

No.38. | g | _ Vat Moed! Alles is wel.*#

£ hA Lj Nn LA Ear BEEREN a ON a EE RE EN REN EEE a WAGEN A REEN EO EEE EEN ECE TE EN EEEN B BEE G L_À te EE] EAR WZ Af è Ean EEn eea AV EEE

1. Komt, Heil:gen, komt,geen werk nochstrijd gevreesd, 2.Waar-om getreurd, of moei-lijk 't lot ge-acht? 3. Wij vin-den wis in ’tWes-ten, ver van hier, 4. En ster-ven wij al - vo-rensdaarte zijn,

EB nn en kr RE, mn LPA aaa A 5 EERE HNE d Nel ed

B) ss

oe - bracht!

tIs niet zoo; geen ge - ween!

Land, door God ons be - reid; zis - de dag! on - ge - hoord! s eN

4 Ae De VE

Schijnt ook de tocht wat zwaar,zijtkloek van geest, Waar -omeengroot en _heer-lijkloon ver-wacht, Daarwordtde Kerk den vol-kren een ba-nier, Dan zijn wij vrij van al -lesmarten pijn,

eN Nn EE RORE ICANN OTE TRAGEN CEE BORRE B FRE \m/ \ ola : en Ennn ennn A Ze Naar kruis krijgt ge-kracht. ’tIs _ Als er niet wordt ge-streên? Vat __ Als wel -eer is voor-zeid. Dan _ In het schoon he - mel-oord. Maar Nd Leh 3 En Bf EEDE TRE nii BW ed Te

jn

) schap voort te gaan, Zij -

y moed en _blijd

Dan Op - Bij

nen niet; zijn ver-gaard. Dan

de

God ver - laat _

- zen Heer en God,

eer van on

weens in Zi

on

kwell’:

har - te dra ver - tel’:

ons lof - lied

de

dat dat

sna - ren - spel:

luid

zorg

ons

=| = & Lj © asl ' Dom eb > Ï © ord nl

klinkt de

schel;

en

juich - kreet

Di

les wel! les wel! les wel!

ORO

_No.89.

| Bn

1. Er isschoonheid in het es Als er lief-de 2 _El-ke wo-ning is volvreugd,Als er lief-de 3.Vriend-lijk blikt de He-mel neer, Als er lief-de_

heerscht; Vreugd ver-vult dan hart en mond, heerscht; Haat en nijd ver-dwijnt voordeugd, heerscht; Niets verstoortden vre - de meer,

Als er lief -de heerscht. Vre -de, voor-spoed Als er lief -de heerscht. Ro-zenbloei-en Als er lief -de heerscht. Schoo-nerbloem ziet _

TET EEN EE TAN CREE 0 à ë Zine Ol Ze : 8 ET OG ET Pe

Zl

ke zij,

5

La-chend zoet aan

.

el ® © nn & „2 E & © ba Es 5 5 ee ä © 5 ER 8 EE zl © 8 ©

fs 2) De 5 cd Ee es ed - =) © 5 a 1 ‚3

vin-den wi

he- mel-boog,

de

is

kc >4 5 ee 5 =d 5 5

5 5 les Ent 5) < z Ë vd 5 ® 4 Ke) Pan] „u =| ved Si) pe ® =| Ee, 8 De emil © 5

5 Sa) ® He | Dn ® < &D 5 ess! t =) I=) 5 G ved =| et d ào 8 a,

Tijd gaat aan - ge-naam voor - bij,

lief - de

IS D ® © ® © © tE RK) WW WM SES

-heerscht;

lief-de heerscht; lief- de heerscht;

heerscht, heerscht, heerscht,

Tijd gaat aan- ge-naamvoor-bij, Alser liefte heerscht, Vol van heil zijn 5 le-vens schreên, Alser liefte heerscht. d’ En-glen jui-chen daar om-hoog, Alser liefte heerscht.

Gods wonderbaar Werk.

Lerghetto maestoso. EVAN STEPHENS. A,_A

Û)_& ja ì 5 AT ME VEREEN NLENEE OL BA BETTEN WIED E EEN EEE DER LJA LE NEE" "SG ONE: NRE MEN ORDENEN UD A ON Mn Ee WD a OEE KN RADEN BREMSE IE s laf

1.Godswerk is ons zeer won-der- baar n

2. Zijn wijs-heid is on - peil-baar groot, Zijn 3. Gij, kin-dren Gods, strijdt moe-dig voort; De ‚Hoe nie-tig, klein is uw ver-stand— Be-

ke - ken en in vorm. Hij drukt Zijn

macht is «… on - be - perkt; Zijn heer- lijk __wol- ken, die gij vreest, Zijn vol van

oor-deelt gij Zijn daân? Zelfs als gij

oet hd voetstap op de zee, Be-weegt Zich hak den. plan vol-brengtHij steeds, Daar Hij _ met al - macht lief -de; wel-dra blijkt Zijn mil- de ze - gen slechtshet don-kre ziet, Doet Hij _ het licht ont-

storm, Be - weegt__ Zich werkt, Daar Hij met al - macht werkt. meest, Zijn mil - de ze - gen ’tmeest. staan, Doet Hij ___ het licht _ ont - staan.

5. Zijn doel bereikt Hij zeer gewis, ‘tGeen Hij volbrengt is goed; De knop mag bitter zijn van smaak, De vrucht is zeker zoet. (5ís)

6.

Blind ongeloof dwaalt immer voort, Het kan Zijn werk niet zien;

God is Zijn eigen meester steeds, - Niets kan Hem weerstand biên. (bis)

| No. 41.

Luister en Glorie!

bel | it Be So &.® tE SEE BEE Sa ze “Le ZE EES va wa DD SEAN Lj 1 el SE © 2 OO SSU ov ©, EE ie Rd ® 588 ml A © 238 338 55 lt 5

het

- fe-ten voor < speld;

Heil tot elkland dat in don-ker-heid

Lang reedsdoor Is-rels pro

9.

heugd!

ok p\ zijn als ver -

ik

Een HS da

Ber d

Nu zwijgtde kla-ge van droefheid en

zor-gen,

je] &0 pa kee] el E 5 ei =l dr 5 a = 8 5 E sl > AN 8 el A

Merk op,hoe hel-der de stroo-men daar vloei-en,

ver - meld.

chap -der-nis op-springtvan vreugd.

- zen dag.

B Een El ‚© 4 RE B B © SS 88 =|

ke

Pl E re 8 Ml ä

rwarring.

Te midden van Ve

_mid- den van ver- war- ri

en in

neg en

i

- daar z

in Go- des kin-dr

me ook wilt ont - hou - den, Schenk

1

ij smacht hier om

Gi

-den ge-

ps ej

-E ‚B ES

Ë

5

A

=| =| K-0| > L| g 5 OD 5 t Om 5 =

Waar ons

3

toch Uw. ge - nâ,

zwak mij

heel be-vrijd te zijn,

85

le - ven met kin-dren Gods, naar wensch, Barm

Je - zus Zijn krach-ten steeds ver - leent. Mocht troos-ten,Gij slaat mij al-tijd ga. Leer vre - de, be - rok- ke - nen mij pijn; Maar

) har -tig-heid te vin-den,’tont-vlièn het aardschge- soms mijngeestookdwa-len, door zon-den af - ge- mij dan ook ge-duld,Heer, bij al wat hier ge- als RS ben ver-re-zen door Je-zus, mij- nen

druisch, Met Je - zus aan te zit-ten in leid, Toch wensch ik,Heer, te wo-nen bij schiedt, Op - dat, al-reeds op aar-de, ik Heer, Breng ik met he- B scha-ren Hem

EE EE CREE EEDE |

0 SS OP nn NN

Ï Á EED NEEN LIMA 5 EAD BN REEN NE EA EEEN Sel ME IP pd CON EN ED MTN ESE EMD

eeu - wig-heid. ge - niet. en eer.

of

in Vr

Lôf

a 5 -

L|

5

=| 1 c8 je M=)

(Dl

127] emme

keb)

= 1

Leb} El rd

he - mel eeu - wig

Ont - vang

huis!

Be mon

ETEN SEEKER nn Bava the-melsch Va- der - huis. | N ELEN RENE ARE REE LA EE VEE VERE

=S ar Hei- land, In ZERE mene

__Het Loon der Volharding.

Andante Cantabste. E. StePHENS.

Sopraan-Solo. De

„0 - ver - win - - naars nu zijn den troon re -

17 . Wie zijn “die, in ì zij zijn door ver - - ver - win - naars Hij. die op den

| Pe | ER 5.

a nn en en EP EEN KT ELN EEEN rl

En DEE OS ME HED HO DA VEE AN EEE NED nn EDEN "AE WE

kleed, Schittren als de mid-dag-

heen, Rein ge - was - schen door Zijn

zij! Geen be-proe - ving voor hen

geert, Geeft al Zijn ge - trou-wen

y, Pe t wit ge- kleed, Schittren als de - | druk-king heen, Rein ge- was - schen nu zijn zij! Geen be-proe - ving troon re-geert, Geeft 2 ijn ge - he kn en EER \_ A ge GE Gn A EN ID EE EE En GER BEN TT |

a iii zon; Diedaar zit - ten zon-der bloed, Za-lig door ‘t ge -loof be- meer! Pijn en angst is lang voor- loon. Wijl zij zijn wat Hij be-

Erven ns nn DEE Ed A KE

NEUE CES CALE VN MENEN GN FN EN LEED. GTE

nm nn ne eenen

nk ver

| mid-dág- zon, Die daar zit - ten door Zijn. bloed, Za-lig door ’tge -

| voor hen meer! Pijn enangst is

| trou-wen loon. Wijl zij zijn wat

d ee In a, En e ) | |

leed, Naast Gods heil-gen,eeuw’- gen neên,— “Werk van Zij- nen lief - de - bij, Dorst noch hon-ger kwelt ooit geert, Voedt Hij hen van’sle - vens

zon-der leed, Naast Gods heil’ - gen‚eeuwgen loof be-neên;tWerk van Zij - nen lief-de- lang voor-bij, Dorstnoch hon - ger kwelt ooit Hij begeert, Voedt Hij hen van’sle-vens

+ el CEE EEE A AN LL EDEN WEN MANO AEN erp DE een AAE at B 0

troon? De- ze droe - _ gen’sMee-sters

gloed. Daar-om staan zij naast Zijn weer. Bo-ven - ma - te koud noch boom. Al hun smar - ten le - nigt # Ma dee EA JAN ET ae BE PE

troon? De-ze droe - gen gloed. Daar-omstaan zij

| weer. Bo-ven-ma - te

| boom. Al hunsmar - ten

5

me AT Ep Ad © VEA A EE CER TEE CEA ET fd Pt dze Ennn mt TE A 4 4 VEEN IE OEE FABEL EE EEE

kruis, Roem-den in des Hee- ren

troon, Lo - ven Hem steeds dag en

heet, Is hun he - _melsch-schoon kli-

Hij, Hun ge-bre - ken vliên vóór

CRE PET NNS 5 u se / / : 2 / 7 W Y p/ 6 s Meesters kruis, Roem-den in des Hee- ren naast Zijn troon, Lo-venHemsteedsdag en koud noch heet, Is hun he-melschschoon kli- le - nigt Hij, Hun ge-bre-ken vljen voor N N lj . \ ram k TS Dn ee We OET 2 AA EL CEE GEE WEU ONE EN VIEREN 2 EEE AVEN EL ANNEE A % me wed ZA NEE Á an a orn Menn en EN OE

Sopraan.

naam; Schoonom - ringd____ door aardsch ge - nacht. Eeu- wig vrij van al - len maat, Ko- nink- lijk zijn zij be- Hem, Leed en twij - - fel is__voor-

k 7

naam; Schoon 0 fenn door aardsch ge - nacht. Eeu-wig vrij van al - len maat, Ko-nink-lijk zijn zij be- Hem, es À twij-fel is voor-

druisch, Volg- den zij het ster-ve fa Lam. hoon, Prij- zen zij Zijngroo-te macht. kleed, Waar hun glo- rie nooit ver - gaat.

bij, Want zij olen den’sHee-ren stem.

mm « ln eN LAT EEN EE OR ee U EEEN CROO am REAR MD WROTE HD SEI NE ls | CER EP LE COEN CORNE EI MEE CPN KE SEL LEEN il Li EN Cn nn: Zim mn! druisch, Volg - den zij het ster- vehd Lam. hoon, Prij - zen zij Zijngroo - te macht. kleed, Waar a glo- rie nooit ver-gaat. si een sHee - ren stem. Ps PRA \ N Be FA ARENA IRT ED _ Fe ze vi an van ann EEEN BEAR ij/

No. Ak. De schoone Toekomst.** 3 Gro CARELESS.

| 2. Heer- lijk vloei- en vreug-de-stroo-men

ee 7,

ne EN HEEN NEEDE AST ETET

DD EN EE CM EE | ERE KEN UD IN SNEDE! MEE EN EA PEPE ILEen

Ad

Van den Dag van dui- zend jaar, Komt den

Uit des he- mels eeuw’- ge ron, Langs der Haas-tig-lijk ver-dwijnt de mist. Sa- tan Waar deez'aard ge- niet haar rust; Is - rel

kin-dren Gods be - rich-ten: tEin-de van den ber- gen gou- den zoo-men, Stra-len van de zoekt nu nog de vol-ken; Wel-dra ein-digt dient dan al - ler Va-der, VanZijn ze-gen

waar-heids-zon, Stra-len van de waarheids-zon. zon-deen list, Wel-dra ein-digtzonde en list. | __gansch be-wust, VanZijn ze- gen gansch bewust.

EE 3 nacht is daar, tEin-

EIN EEE EREN RAN EEEN Nee eeN EEN GEN ORDE WE AL MP EE OEE WES TREE CANE WR a nm EES ES OS ODS EN àl

en Td

Ld

5.

D’ atmosfeer vervuld met geuren, D’ aard, met ’tschoonste groen bedekt, Prijkt in vroegre pracht en kleuren,

Uit haar slaap dra wordt gewekt. (bis)

| 6. Eens in den verrijzingsmorgen Zullen wiallen zijn gelijk Gansch ontdaan van strijd en zorgen,

Schoon bekleed zijn in Zijn rijk.(5is)

7.

“Oog heeft niet gezien de schatten, Die de Vader voor ons koos,

Die de grootste vreugd bevatten, Zelfs het Leven voor altoos. (Gis)

8.

_ Heil'gen, hoe uw lot ook weze

In gevaar of leed gehuld, Dat uw harte toch niet vreeze; Draagt beproeving met geduld. (öís)

93

No. 45.

De Trouwe Vriend.

Hei - land,

k

‚be - la - den,

on - be - last

ep Ss ord pel ' (=P) © EI t 5 P Del ©. kee} a) ua jz © ua 8e z 5

een Vriend is wij zwak,

plaats wil in $strijd -uur

in on - A ons hart

ter-

oor

ge- drukt d

neer

door Hem

strij - den

á

recht, dat Gaan wij dan met al ons

Welk een voor-

b)

vlucht

toe

Ze

-land!

bre Hei

Dier -

ft |

Oe

De

/ God mag gaan.

Hem, die ver-los-sing geeft?

Ee

P

ijd vrij

Borg.

eeN

zijt on- ze Hulp en

5 =| 1 ao a} 5 asen | 5 5 e= 2 5 > LS 5 5 ui ed Es 1 le ee A

we - zen

een vriend ooit trou-wer

Kan

neer, Heer;

lij-den draagt?

die ons bid- dend tot den

wij

Dik - wijls drukt ons zon-de Hij,

Dan Gaan

05

vei - lig,

Ak nr

om-dat wij ‘tal niet bren-gen zus wil onssteeds ge - ne- zen,

Zijn ar-men zijn wij ì ESE dl

Juist Je - In

Zen

t, die ons schraagt.

ns tn - meer.

„leen is’ ver- laat o

Ai

No. 46.

EVAN STEPHENS.

kee} de 58 >| | ie) 5 5 NS

E 3 :

Verlossing voor den Zondaar.

Moderato.

Igt den g mijn n Tie

in wee

ke J

leeft

ze NN ) p : leidt tot in den doed;Slechtsin den dienst van * licht des mor-gens daagt, Ik dank God in__ den eeu - wig-liefd-rijk Heer; De zon-daar vindt den on zichbui-ten nood, Hij vreest Uw woord niet

on-zén God Ont- vliên we bu gen | mid-dag-stond,Aan - bid Hem in den nacht. vre-de niet, Als hij veracht Uw. leer. _of edt ee de Be dood.

5. Maar ik, met zorg belaän, Vertrouw gestaäg op God; Die redt en leidt mijn paden recht, Mij troost geeft in mijn lot.

6. Zijn arm is trouw en sterk, Om ons in Zijn verbond Te doen volharden tot het eind, Gebouwd op vasten grond.

/. Dus blijven wij gespaard Tot in der eeuwigheid,

_ Door Christus zelf zijn wij gered 0, zoete zaligheid!

7

No.47.

1. Werk, want de nacht komt da - len, 2. Werk, want de nacht zal da - len, 3. Werk heeft uw Heer be - vo - len,

: Pp) 7 Werk in het mor-gen-uur! Werk vóór uw licht gaat Werk,wijl gein’tzonlichtstaat;, Laat nooitdemoedu _ Alsg'eensin Hem ge-looft: Wil niet in twijf Sing

Ee N

fa - len, ‘tLichtis kort van duur. fa - len Voor uw taak op aard; do - len, Volg uw godd-lijk Hoofd.

ue zon - ne

be

zal u

In’tlicht dat God nu geeft; Werk, want de nacht komt Als God Zijnrust u geeft, Werk daar-om zon -der

geefs! Werk

en geen nacht kan

Die nu eentaak u

| da - en,

Die geen dag meer heeft. Vlij- tig, trouw ge- streefd! leeft.

Waar uw ziel eens

oe len,

dra - len;

da

eu

Gods Geestbrandtin’thar- te als vuur en als Ge-zich-ten en ga - ven vanouds kee-ren Den Hei- land te vol- gen zij im-mer ons

Gods ken - nis en machtwordtal-om-me ge-

id

P an esinnnde

2.

mna)

EN EREN Vern WED CEI BAD KEPER EEN NEOS EN DES MONG ETET EEL

Ge En: ERGEN SON EENS ennn CRA. MEA BREE PEP 0 EAD Sel

Ld ABE l___@ EREN MEREN DE EL BEE EL A

vlam-men, De glo- rie der laat-ste be- we- der, En eng’- len be - zoe-ken dit

stre- ven; Zijn prie-ster-schap leidt ons, niet pre- dikt, De slui - er der aar-de wordt

Cd

dee - ling komt voort;

ster - ve - lings- oord. Wij zeen lan - ger - ge - treurd! \{ o - pen ge - scheurd.

.

eeu - wig en Pp)

Voor

ie el ad © el Ke, ee ® =) t © 5

hen met na, Ho - zan - na! den ge ge - ge - ven,

jui-c zan - hoo -

.

3. Gods Geest is in onze gewijde vergad’ring, Wij breiden het Koninkrijk Gods uit op aard. En door het geloof zullen wij eens ontvangen Gods glorie, met gaven en zegen gepaard. Koor. Wij zingen en juichen, exz.

4. tVerbondsvolk van Isrel, gevloden voor vrijheid, Keert weêr, in vervulling der Heilige Schrift, Geleid door een Mozes en priesters als vroeger, Gevoed door het manna, de hemelsche gift. Koor. Wij zingen en juichen, ex.

5. Gezegend de dag, als de lamm’ren en leeuwen In vrede te zamen neêr liggen geschaard; „Als Ephraim gekroond is met zegen in Zion, En Jezus in glorie daalt neder op aard. Koor. Wij zingen en juichen, exs.

1.Een en - gel uit den he - mel had Zijn 2. De waar- heid was het, die hiijbracht;De 3.Hij riep_ met ee- ne groo-te stem:Geeft

vlucht naar daard ge- richt; Hij blij - de ma - re klonk, Dat

Go - de heer-lijk-heid! Het

zon-den van om-hoog;Ge-wich-tig zijn be- richt! | ge-lie was her-steld, In vroeg’ren lui-ster blonk. oordeels is__ na - bij, Vreest Hem in eeuwig-heid!

Die schiep den hemel, aard en zee, En alles wat bestaat,

Aanbidt Zijn naam en geeft Hem eer, Daar Hij te komen staat.

5. Die blijmaar nu hersteld, gaat voort Tot ieder volk en land, Gepredikt tot getuigenis Op t einde wijst Gods hand.

= 103 =

No.50.

Voorzichtig in het spreken.

J.S. BRAMWELL.

fou - ten wilt be -

Á.

deel

in_— uw oor-

pen, amer;

ris- den nim.

tig

gij

À ij ie En Ee LJ 8 3 © © 7 © Ea ua pt S pe ua Ei E es

E ua ä 5) rf =, Ee en 5 E aa) eN

4. Wees niet haas

an - dren ziet,

vriend veel

nt eer. fi den naam,

wijls smart

goe - dik -

ders

Die_ ge-soms in Zoek een an - der Ker uws broe

Want het eind is

-deelt, =woord

ijd als___ een klei-nod,

eer_—_ giij oor toor - nig ant

EN te,

uw har

al keerteen

8 Acht dien al - t

Vraa Vaäk wordt

Veel

ge kwaaddacht,

van wien

ee ?

3 Stad =| 60 î E

K-) [=| =| T = Z 8825 | s 42 2508 zE Cad ö (=| Pl } | Es ED ei

8 d ap 5 ao t 5 =

zelf _ die plaats van

E - ven - als uw

Eens het

‚Heb ik Naar de

deelt:

keerteen toor-nig ant -woord

Acht dien al - tijd als een klei - nood,

eer giij oor Veel -

Vraag uw har - te, al

zelf die

Vaak wordt hij, van wien ge kwaad dacht, Naar de plaats van

-_gen faam.

fou - ten niet?“ uit - gang weer. „Eens het dier-baarst tot uw hart.

ei

Uw

E - ven - als

105

No. 51.

Volhardt in het Goede!

N.

J.P. OuszE

die Heil- gen wil - len 4

hen,

1. Laat 2. Laat

u

om

stor - men loei - en

nim - als

don - kren

dor-schen is

3.Vrees 4. En

mer voor een

id

het

àn, Maar

drer da

zien op trouw o

wen (od, Houd tig- heid Tot

u

p met voor - zich -

En

les schoon; B

zeef maakt al -

lief - deen eer, Maar

wa - re

Elk an

steedsuw oog ‘op Hem ge- richt, Houd

_doch-tend daagt,

Tot En

pad, daan,

op— uw Se -

en - ten

is

het zif

als__

elk_ in wa - re lief - deen eer, In steedsuw oog op Hem ge - richt, Want doch-tend daagt,en op— uw. pad Het als het zif - ten is ge- daan, Ont-

2d

-_de__ voor-waarts: gaan. _ be - stuurt uw lot. zon - licht zich ver - spreidt. vangt gij u - we kroon.

Ro In ’s Heeren tijd dòet Hij u recht, Hij zegent die Hem dient; In liefde is’t, dat Hij kastijdt, @zs) _ Omdat gij zijt Zijn kind.

ie Blijf in de waarheid u gebracht, Wees deugdzaam, dit maakt vrij; Neem niet op u het slavenjuk, Gs) Maar Godes heerschappij.

107

_No. 52. | Vertrouw op Gods Beloften.” - GEO. CARELESS.

1. Hoe-wel be-proe-vingkwel-len mag,

2. Wordtsomstge-luk hier on- der - mijnd, 8. Ver-heft uw hart in lof tot God; 4. Schoonhoon en smaad-heid op u daalt,

| : ei f

ai Gie ai

PERS Houdt stand, gij Heil’- gen, in.’tver - bond; De tijd ten lang-ste is_ niet lang, Voegt u in ’‘sHee-ren handge - dwee; Gij voor des vij-ands woe-de vliedt,

wend 5 hee in en tin Gehe at naderen nl amhali

pe vn

ars Sate

| | ver-rij- zitigs- dag Als glo-rie-rijk de Heer ver- schijnt,

. Als pla-gen drei-gen hier uw_ lot, Je - ho-vas woord heeft nooit ge - faald,

dende

Sprei-den zijn le - vens-licht in ‘trond, Ge- pre-zen door der en-glen zang, Zegt Chri-stus: in Mij vindt giij- vreë, Denkt niet dat Gods plan is te niet.

Sprei-den zijn le - vens-licht in ’trond.

Ge- pre-zen door der en-glen zang. Zegt Chri-stus: in Mij vindtgij vreê. Denkt niet dat Gods plan is te niet.

Sj Ed 5 El

GR 2D BEE GEEL VERS AREN 7 EELDE WEE CEE |

Md OPS. BEET EEEN KELTEN EER 5 CE |

ENE HEN DEV ENE OREN ERE) NE | LEE (EN IDEEEN GEGEN BENN WN AK ENDE EN 7, 9, Ï

5. Zijn werk, der grootste wijsheid blijk, Met kracht en teeken gaat gepaard, Der laatste dagen Koninkrijk

De „Steen“— vervult weldra heel daard.

6. Hoe Satan woede of tiere fel, De woorden door God zelf geboôn Herroepen kan noch mensch noch hel, Zij blijven. vast als Godes troon.

1. Prijst dan de groote liefde Gods, Wijl Hij Zijn trouwe knechten zond Om ons te trekken tot de Rots Der Zaligheid, Zijn Heilverbond.

109

_No.53. Laat uw Licht schijnen. D _A.0. SMYTE._

AVP NTS TTT INS el el

am-pen hel-der lich-ten, _lam-pen hel- der lich -ten,

zijn der zon -de dre - ven, 4. Broe-ders, ‘tis door Gods ge - na - de,

Schij-nen ook voor voet; Heil- gen, u_ is_ deer ge - gund! Zwak-ken steeds ten nächt; _ Dat wij kin --dren lichts.

EEEN BOD WE 7. OT LEDE UE END ETA CIBER ELT

WEEDE ELEN KEU WEE LR ERD BEER, UETAAE PA IEEE ONE TS

LS eis te 1 EDE EE 7 DER EEEN RD NAE REN ED U 7D OTA EEN” ZE REN

“Is een heil- gen dienst ver - rich-ten,

Waar-om zou een moe-de zwich-ten, Laat uw licht haar schijn- sel ge - ven, Waakt dan! eer - lang tan tte _sta-de,

No.54. | À Heere, schenk ons Uwen Zegen! Á Moderato. id O. PRATT Jr

2. Dank be- tui - gen wein aan - bid- dine 3. Broe-ders! moe-dig ‘tkruisge - dra-gen, | hek om - ne ge - sla- gen

ul ons hart met vreugde en lof, delpons gaan op _ Voordes E- van- ge - liesstem. Dat de vruchtvan Zelf-verloochning schenkt ge-not. Vroolijk toog om- tEn-ge kruis-pad voert tot God; Moedig Je - zus’

Ee _Re 0 dd BEE GEE LE L_ _elÁ WEE MOE NRS EEDE LDA TT EE Rl

U - we_ we-gen, Rei-zen n.naar het he - mel-hof. on - ze_ red-ding Zichtbaarzij tot eer van Hem! hoogge - sla-gen! * En-ge kruispad voert tot God. last ge -dra-gen! Za-lig is ’tons wachtend lot.

n ij D s/ ei 5 A OENE RBE CN ENG 5 EVN MENE OE

0, verfrischons, o verfrischonsSteedsin de-ze

O, dat wij steeds, o

dat wij steeds TrouwaanU-we

Wilt gij sHee-ren kroon ver-wer-ven, Me - de-zitten geeftdoet ons er-ven, Met er

Die onskruis

ie en II? Sopraan. i

RE

NNP zl

O verfrischons o deibar: ons O datwij steeds, o dat wij steeds.

op Zijntroon,Leerthettooi-sel wil-lig der - ven

Zoon, Reikt met va - der-hand na’tster - ven

dzijn,

1

“waar-he n

ads re

L der nis,

F &

de ml

\

wil - der - nis. ii

en

3

waar- heid zijn.

de - ze de we-reld spreidt ten_ toon.

‘het eer-kleed

Dat Ons

Steeds in__ Trouw aan U - we

Ii

113

No. 55. Geen, abe, Wees oprecht in uwen Wandel.*

EET ZU BBE GNS EEN EDEN PEER OEE WED EE EEE z EER RG ede

—N —_Ò

1. Wees op - recht in u- Ee det 2. Weet, waar-toe gij zijt ge-scha-pen, 3. Zij uw_ drijf-veer en - kel lief - de; 4. Wordt gij_ soms be - spot, ge -sla-gen,

Doe wat goed is in. Gods oog. tÍs om eens als God te zijn. Doe geen goed uit vrees voor straf.

Bid voor hem, die u zulks deed, Ar í WEE ENE @ LEDE LS DD E FZ 5 MENEER U BEL WL PG BEU MEE UIEN ROES 7 MEDE MENEN IEEE) A 4, ; 5 : Aere Ten TE on WAP AED 5 EN PENS EEK AN LOER EEE EN Hol DAT TRUE ED 5) Pz ge Drijf met_ gods-dienst toch geen han- del, Zij ge - rech-tig - heid uw wa - pen, Als een_ an -der u soms grief -de, Wil een_ an-ders las-ten dra - gen, REEN AE î A gd dd raam 7 BRETENK ° OEEDNE REUI ZATEN LES 7 : Pr fd df „EES AEN EDR PORT ee

ce Waar - heid sléchts voert Haat het_ on - recht ve nijn. Grief niet_ we - der, dit is__ -laf. Le - nig u - wer broed-ren_ leed,

EEEN CAREER ENE CRAS) ONTEREN LEREN EERS SEK (RSE BN EEEN OGER RE ED": OAN OERS OA 7 MENTEG 7.

Min steeds waar-heid, min steeds waar-heid, Wees kloek-moe-dig, wees kloek - moe -dig, Wees een_ voorbeeld, wees een voor-beeld, Hoed de_ zwak-ken, hoed de zwak-ken;

Ee S

Weet, dat_ Je -zus nim - mer loog.

En weer van u al - len schijn. Men - schen-min zij steeds uw _ staf.

Een is__ er die al - les weet.

%

Legenbede.

Op-rech-ten

os -telschaar, Be-hoed hen 1

spreid, Als in Uw alrein AlsZoon en

ver

er rijk een -ma

8 5 &o

Lj

=| ® & 2

WIJ

gen dA

3. Dat zich Uw datwe ook

4. 0

aan hun de |

t Wer - -S

eer, Geef

ree Heer tred; zin. Ge

g den et snel-len En één van

Ì

Ze - bid-

ij

Wi M

dank tot U Voor gevaar, voorzeid,

_ Va - der zijn,

voor Woord

trou - band

Wes - terstrand, Eèn wa - re,

en

Hd.

Dat rasch des Dat Da -niël den wij

en hand, Hou

woor - den kracht,

„beeld ter-neer,

hart.

sa - tansmacht zag wel-eer, Ba: eeu - wi He d

) .

M6

zing: eer! bed min,

zijn ge - n broeder -

U__ ee -re

zij gebracht, Uw naam ter

- nen Heer ken band

zij nen ster-

E ® E > 8 © kn) =) 5 @ 5

fa Ao L<b) TS Hd sg 8 ©

Dooree -

De wederkomst van Christus.

EVAN STEPHENS.

Animato assai.

God spreidt

stem klinkt door

Mij

ver - dan eerst

licht

ster - ken

4.Brengt tot

4 - des

d ge -

jk-heid breekt r

ez aa

de

ekt weer van om APS,

re eer - li

Ì

Go

8 E © EE e © =

LJ ms ® > 42 3 ai E E 5. ke) © d =| k:2) ee) 5

80 ®

==

we - reld hoort Zijn

Ziet, komt— maar niet in__ hoord, Heil - ge we - zens da - len __ __ bond, Die in oot - moed naar Mij

roep - stem; Niets, neen niets ont-gaat Zijn stil - te— Vuur en wol-ken gaan Hem ne - der, En het sla-pend stof komt zoch - ten, En ge - rei-nigd zijn van

Ss s ® À

14 Um: E) BOE 1 GIR MIE + JNR annen nnn Au Le ______— oog. Aard, aan-schouw Hem! aard, aan-

voor: Aard en he - mel, aard en

voort. Komt nu al - len, komt nu

zond’ Door den Hei - land, door den

N N

d. #4 EEE à od EDA, OON LEMON OREERT

aar: mmm WL Pr RE nn nn ha Te En ae TE EE MN SN AN 7 SN 7 schouw Hem! We - reld beef van pool tot _ he - mel Mel - den, dat. Hij komt in al - len! Hoorttrechtvaar-dig oor- deels - Hei - land, Die als’s menschen Midd'-laar

& De EN LN CERN AP, CN PE WEE ALLEZ Bal OPI EEEN EEEN 0 EEG TE "AIRNER EEE GELET WE EEA 0 EEE EEEN EREN 5 ENE Es a AE # zE ; L\ N ID EP Nie CT EERDE GEDE $ ani ° : EA Es CED SRE 3 5 De ED EER WREE SEN S : ESKE WZ be INST - En B pool! Aard, aan -schouw Hem! aard, aan- gloor, Aard en. he - - mel, aard en woord, Komt nu al- - len, komt nu stond, Door den Heéi- id door den

schouw Hem! We - Ean beef van pool tot. en, ‘he - mel Mel - den dat Hij komt in gloor. al - len! Hoort'trechtvaar-dig oor-dels-woord. Hei- land, Die als ‘smenschen Middlaar stond:

dd Pd J

: SEE | Bn PIL Dj 8 L TEEN LEES NED EEG ID LAER ED do eel a EEN es ! EEN EEE A NEN" RE ZEER EE EEN EEN KD |

. Nu aanbidden Hem de heemlen,

Roemen Zijn rechtvaardigheid;

Zondaars worden daar verbannen,

Maar Zijn volk erft heerlijkheid.

Recht is't oordeel, recht is ’t oordeel. | bis Schaart u om Gods troon verblijd! si

19

Heere, kheb U van noode! /

£ \ me EN WERT: MEE EG REEN ij Ds bi 4. Hoe zeer heb ík, dier- bre__ Heer, 2. Gij schenktons uw__ dier-bre_ leer,

3. Hei- land, blijf ons__ steeds na - bij.

(A LD CEN ONNIE KEE LE EN ES ENE EE Re | Pe el EET EN EN NRS) ANDRE RE OE ». KE BEER: RER EEN TE EE EEE REE CEN NEEN WREE MEDE LEE ERE TN

U van noode tal-lentijd, Je - zus, die al-_ Ons zoo noodig op ons pad. Slechts Uw Geest geeft Ja, meer dande zon-negloed; Dat Uw Geest ons_

leen mijnsteun, Mij - ne hulp en schuilplaats zijt. . ons het Licht, Leidt onsnaarUw vre -de-stad. eeu-wig-lijk Voor het wan-ke - len be-hoed,

KEN

A

ons___ meê,

woord en___ hart, lig zijn is tge-schied!

S za -

5 Ë | E ® Lj} ‚2

È

En wig,

372

voor eeu

is al RER een heil -fon -tein, Zoo-dat wie ook

gaät die maar prijst ons Heer, hoebang de weg ook zij, Woont Uw vre-de_

rt Be En weldra’tver-los-singslied: Gij hebtheilvoor Erman

î 8 B > Kz Sj E sl ea E

ons ge-wrocht; Voor den ste

Slechts Ja, men 5 Ja,

2 En X LRT NEE bij U pr zn dE ) EEE EEE EE MEG UCTE MEE ER tot U komt, Zal,

121

NoB9. AR Vergeving door Jezus bloed.** _ Eee A A CARELESS. vj) Ee.

A. Rijs op, mijn ziel, houd stand, Werp weg uw. 2. Hij. leeft voor im - mer daar; Met tee-dren _ 3. Vijf won-den gaf men Hem Op den Cal- 4.De Va - der hoort'tge-bed Van Zijn ge-

schuld-ge vrees; De bloe - den lief - de - gloed Pleitsteeds die

va .- rie - berg Ge - lijk der zalf - den Zoon; Hem weig'-ren zulk ver-

fn UAE ES B ize 5 LFONERES ENIGE KOEN Bin USE LIN EBRE Ei GF HE EE A A OE A |

rand Tot mijn be - houd ver-rees; Voor Go - des. laar, Wijst op Zijn dier-baar bloed, Dat ons_ ver- stem, Zijn zij ge -be-den sterk; Zij roe - pen: zet Komt niet van Go - des troon; Zijn Geest ge

Een

staat Je - zus pand, van zon -den-loon, et 8 ver-geef, vergeef, Dat

ra um

tuigt als-ook Zijn bloed, Dat

PPP. ddr

5 EE Wo mcn ns me ms mmm dm cam cas”

e A Voor Go-des troon staat Je -zus pand, Dat ons ver-lost van zonden-loon, Zij «roe-pen: „0, vergeef, vergeef,

Zijn Geest ge-tuigt, als-ookZijnbloed

naam ge - schre-ven in Zijn hand. spren-kelt den_ ge - na - de - troon. de_—_ ge - los - fe zon -daar leev! MR ge -… bó.- ren ben” uik God.

E Ce Cd Gd : Un CO EE ADEREN AN EN EN EINER EES à Es LYRP AES SARENA (SE ELEN BEE GEEN ° OEE) Ô krt token ED EI ELD EEN EE LI

5.

Ik ben met God verzoend, Vergeving schenkt de Heer: Zijn kind word ik genoemd, Ik vrees niet langer meer. Vertrouwend nader ik tot U, Roep: „Vader, Abba, Vader!“ nu.

123

No. 60.

en Gids

heir,

9

Geest ge-leid,

nd 5 0 RE Gek dae) =S ss de emd a ' Te emd , =D) Eis ei Ol

melsch land

Dwaal ik nietaf in__ de_ woes- tijn;

-ken_ ’tHe_

die zoe

„Van hen,

B er

En © Ps e F mij in De nig - heid, Ik

aa . So BR a út „3 SS

TEE EE WEES °e__ _He hd

Get is 35 48 © Ï en eee | MB WZ aUN he

124

| | Eel | i ie Be Ï 2E ie WI | Eg eb |) bilt |

lof__

Tu EES de__

| 8 5 58

scha-

Re E e E d 8 3 ed 5 5

SE EE _ Mij sterkt Uw hulp, leidt ’kBen van ge-vaar en meen

-te noemgeen an - Mijn einddoel is

| zach

135

No. 61.

!

U, o Heere

ee

Wij naderen tot

GEO. CARELESS.

o Heer, Met lof en eer Voor.

Ú,

el el eed 42 5 ze Gd E ' © | dd keb) eb}

gen naam zij

na - de - ren tot 2. Gij woont daar in

3. Uw heil

1. Wij

IK daad

ee annae Is STENS zn dankbaarheid en lof; Wij we -ten, dat_— Uw

pracht en heer-lijk-heid, Den ee - re-palm biedt HE - van -ge - lie-licht,Waar-door wij, na vol-

| HE EE

liefd’ en gunst Ons geeft tot dan-ken stof. Gij

Gij ons aan, Als win-ners in

den strijd. Maar

brach-te taak,Weer zien Uw aan-

men

-zicht. Dan

5

Pe

126

-ven,

Ver - he Dat. Gij niet

g, En'thar-te

in ons oo

he - laas! doen nog zoo veel,

schieptons al - len naar Uw beeld, fon - kelt lief - de

wij,

Es

lijk rein; Geef dat wij ook ten al - len prij- zen kunt; Toch we-ten wij, dat door ge- ons blij, Als wij dan gaan tot U__ om-

godd

IS la _# PRE EEEN TEEGEE

ap me en

8 4

ua

5 ad

\

5

tijd Die

aan Uw

Ver - los - sing wordt ge rus - ten

hoog En

127

À No. 62.

van om -

mers

„Zi - on

ij. Pe

ver - der

Kie | ver- vol - ging

d

8 zi E 5 8 8 AE G-) | zE e E=| 5 af

3. Zul - len

-wel ge -

vij-andiu - del in

zijn e gru

Al - weer valt de Met wraak val-len

Zal stee

zulk een

trij - ders

Ss

Haar

zij— op ons

P

À 8 | INE

en)

de - zus -gers des

-ten zijnals di ie, O Zal men ban - den van pe - de steeds sp

is

s= > har - loof N 5

EN 5 EE TE be 4 ) Pp at un ge

‚Wij zijns

Er hest en El Ne CAAS

pier en Een.| PEREN" SEREEN

428

Jeeu-wen, Om moe-dig ‘tgo- vaar te weer - ves-tigd, Wiens macht tot ver - los-sing is bre- ken, Nooit ‘tbloed der pro-fe - ten ont -

_he- mel Wij zul - len hen spoe-dig ver=

Ge - denkt het kad van Mis - sterk, Hun vij - an- den den-ken in zien? Neen, wij zul - len nief im-mer _ Wel dra Rn ons IE Ee af =

sou -ri, Ver- geet niet den moord van id -

hoog-moed Wel - licht soms, hun weer-stand zij

dul - den;— Op nieuw de ge-lof -te ge-

Geek Zal ie - der ver-baasdop ot / an Nl

J (ih EERE NE ii Et EEN | pen

7 Bk B DEE WE BET GERED GEEN WANEER ELEN AS OA . 4’ Ld

7 Vip D voo. Als de ha- ters van God ver -— _flauw;— Zij zijn klein in ge-tal,doch ver - daan! En wij rus- ten niet voorzij gaan

AN

BET end Esp druk-ken, Weest im - mer stand-vas-tig en _ . ee-nigd En im - merstand-vas-tig en_ ‚vluch-ten, Wijl trouw en stand-vas-tig wij

he - ven, Door trou-we zal dit ons ge-

N

N At PESEER GANERDEN vmrplk VENEES VALSE EN en Ost dige EMR" MEAD TENEEEE APT U fan Cd A UN mas Ps TE ) Pp PA trouw, Weest im - mer stand-vas-tig en trouw, En im - mer stand-vas-tig en staan, Wijl trouw en stand.vas-tig wij A . ‚schien. Door trou- we zal dit ons ge-. 4 et \ N Ë \ em Áf Kamen ER

zien; Nu ver- acht, maar als - dan hoog ver -…

Weest and-vas- tig trouw, En im - merstand-vas-tig en staan, Wijl trouw en stand-vas-tig wij

Door trou-wê zal dit ons ge-

Als de ha-ters van God u ver- trouw; Zij zijn klein in ge- tal, doch ver- En wij rus-ten niet voor zij gaan Nu ver-acht,maar als - dan hoog ver -

) d VAE Pint ke druk-ken, Weest im - mer stand-vas-tig en trouw. ee-nigd En__ im - mer stand-vas-tig en trouw. vluch-ten, Wijl trouwen stand-vas-tig wij staan. he-ven, Door trou-we zal dit ons ge-schiën,

ed see +

Lee AA ed \/

1. Komt, hoort naar des_— pro - fe - ten stem, 2. De dik-ke duis-ter - nis ver-spreid Op

3. Ik __zocht niet in den mmemachnijnkeacitsk ion A. De__ en land heeft een - maal ge- zegd: Merkt _

ùis-tert 1 naar Gods Haard: :Ver- heugt u tgansche rond der aard, Ver-dwijnt allengs op—

niet op vleesch ge - „bouwd; ;Want vloeksprakGod op— al Mijn noir den op, Dan zalt gij won-dren _

wa- Te leer, Ver - meld ver. De - voort. ee bevel; Zijn werk wordt nu ver - maard.

- der uit, Die niet op Hem ver - trouwt. zien op aa rd, Bu vast wordt u - we hoop.

NE and

pro fe

s

Door

ten wor En

B

IN,

ad bg nt mj en en

Eken op aard be - tre

en an-der heeft ons

@

A

rd 5

gezalfd,

En BO ie EDS 5 sr ASSESS pes el, Boeg we Ore O “5 lS Ei ee © © © ES as BEER nit Soes 5 +2 SS PD © = A 15

gedoold

Sns

Niet meer het. juk getoest; er door bedrog misleid! Ontvliedt den leugenvorst.

8

6. Niet meer in slaafsche vrees Niet lan

Koor. Wij vonden, ens.

7. Als heilanden o

der wet, gaan

Niet voorwaarts konden

p Zions berg, en waan, jen zon

ing. bre gestorv

breng _ Koor. Wij vonden,

Verloss

Hun die

enz.

133

À É Ë Ì

EvAN STEPH2NS.

Ld

"Verhoor mijn stil Gebed!** _

_No.64

volk,

en mijn stem

bij Uw d

ao 5 5 al

rd „5

5

O God, ver - hoor mijn stil ge - bedie 2. Hoe groot,recht-vaar-dig, goed en wijs Ik ben zoo gaar- ne

4.’kVer-hef mijn pi - den

zijt mijn hoo

Zijt Gij, mij

1. 3.

God; leef.

„de. en lust;

en mijn lijk aan-ge - zicht; ik

bid - den

ie

wijl li 3

n Va - der

En zoek Uw godd

Se

Uw knecht, Uw kind Zoo

‘kHebdaar Uw heer-lijk- heid aan-schouwd,Ge-

Dit werk maakt steeds

Uw naam be - dekt, Valt mijn hart ver-heugd; Geef

die 134

De glo-rie, Ik hoor U toe,

rust. bloed. licht.

U - we.

door Je - zus’ nig daar- aan kleef.

mels macht en

p

-ter- scha ee % |

fals een ze - gen

rak met Je - stier

Sp jn pries

os

eb Ekel e=) ® © 2 ie | |

o - rie,zi

Û

]

gen man - de 8

5 Blije he

2. Blijft hem

3. Groot is- An

4. Op - of-f'ring brengt ons

mer zijn -len en

bl

de sleut

Die tot pro-feet werd ze-zalfd door Groot'lijks ge - ze-gendzij im Eeu - wig be-houdt hij Eh dien godsman ver-geldteensde _ Hoan | 135

, »

e

ho - va, martelaar, eind’-loos

f

Heer; Hij was dont slui - ter der laat - ste be- 4 -ter t'ont-

macht; Een-maal, ge-kroondnaastal d'ou- de pro- om ij Rech

naam. Lang smet zijn bloed,door de moord'naarsver- Heer. . We - reld, ont -waak,

ik

dee-ling, Eens ge- ven na- ties en vorsten hem.

-trou-we in'trijkdat hem

N\

- li-nois wijl heel d'aard meldt zijn

schdomkent„Broeder Jo-sepl®’eens

go-ten, tLand I1 fe-ten,Treedt de ge

moe-ten, Heel tme Ee

Heil den Pro-feet,nu in he - mel-sche

136

| ch.

ders no

Thans door ver - ra -

EE

ie | NS IE eN

ed 8 Zi Ei. a ll Eet Ef ES ET 5 RO Sd + un le Ee Vil Ea ee

Hang

48

WED MCE ENE ERNOEGN KNOL BLOG ER WR MN OENE EN EEEN MO AE TEA EEE |l Ver OL EN KN OD DT EK EK NP __ end Vn Eon WI AGE GM WS et B LENERS. Er BK 50

1. Looft,looft den Heer! zingt Zij- nen lof! 2. Hij schiep de ster, wijst ha- re baan, 3. Zingt Zij - nen naam, prijst Go-de hoog! 4. Heuv-len ver-siert Hij met het gras,

5. O- ver Zijn volk is Hij ver-heugd,

À 5 ze )

Tot dank-baar-heid is rui-me stof; _ Weet haar ge - tal, kent ha-ren naam; Hij spant de wol- ken als een boog, Vel-den be- dekt Hij met ge - was, Ziet op hen neer met va-der- vreugd;

‚5 EN CED GURU WED ERGEN (EEEN BEERS CIE EEN BEA Ae CL

ON GEEN MEN OD EAN NEE KEE OE DEE EE EREN Ee

B an WE OLNE EER EN AN KT 7 EE EE EN NEN OM WENEN ME Ed ©

Zijn lief-de- wer- ken die Hij sticht, Zij Zijn ken-nis is_ zeer uit - ge - breid En Waar-uit de vrucht-bre re - gen vloeit,Waar- ‚De die-ren krij - gen spijs van Hem, Hij Hij kent hun hoop, be- mint hen teêr, Ziet.

pj Pd e (a Cd d

Ee SEE AS ® as a 5 SOS & u ® é SSS T ' NE B 1 > sE „D © © EEE 42 WM en iS 2RASS

Di S mA ES 8 Sd ] 7

DW +2 DoNSB. Tr 3E

tt | £ SE 5 oe

no em

MRs. NORTON. zóafe ten Ons tof

5 Wij danken U, Heere! **

Re, B el OD em Ì be | (<0) 5e oe . oE5 PF @. 7 8 sE m5 a Ke =S 85 mike Sit ES 5 5 ZR ETS zei et 5

Zoo —_ Ver .-

Wij

e - richt;

d _ gaan,

deen ver

êe en nacht zi

in deez’ laat- sten tijd.

zen vr

lei - di haast on - Hem dag

5 Te t

dan - ken voor trein E -van- ge- houdt nog het an - ker der ho- heugd zijn w'intschoon E- van - ge -

FEE PE LE |

TA EN KEE. RENES Ser IRE ERLE dn a van en u e meen Lt Eman vam Gn Patos bbl. Ee ER

z)

licht on - ze zie - len ver- blijdt. Wij

dra breekt voor ons red-ding aan. Wij

koes-terd in zijn le-vens-licht. Zoo d

cen End onmantemememn ne ree

K } á |} 8 LN N

AIS Ne B EP, BEN ROER ELENA, mm

IE re an ann Cn en a En a mann mannen Eee el

mSv e S_—_ WGE on OENE oh OSR ENT OEE WE

jd DCN ER een Ae

dan-ken voor ie - de- ren ze - gen, Dien -

twijf-len niet aans Hee-ren goed-heid, Wij gaat tot een eeuw-ge vol - ma- king De_—

ur Cn nanne, RARE Le RT BESS CTI RR B vn ans m___— a item: MOINES EEE oen Per 9 EE NE EN

zE Mdk rhenen zend Elie ok gaand haken

Guit- Ent val dee mil-den troon. Wij | heb - ben Hem dik- wijls be - proefd® Zegt | _ trou - we, d'op-rech- te van hart; Wijl

ach-ten het vreug-deU te die - nen, Ver - | hun toch, die Zi - on be-strij- den, Dat | hem, die ver-werpt de- ze bood-schap, Ten

nd dS He Er ETET EE zer -

men KIES OOR TE ee =

nie ES

vul - len met lief - dew ge - boòn. Gods wraak niet lan - ge ver toeft. „deel valt eens wroe - ging en smart.

® Zie Maleachi 3: 10, „Beproeft Mij nu? | A

a: Het Evangelie teruggebracht” _

f GEO. CARELESS. _ ee mf ar an eet bek PS | EE PT REED BETE EER ONDKEEN B EN BE EIN ES EN SALE EIGEN ON EEEN EOD WS ERE CEN NEET EE EEDE DEN Cp BEE BAE 5 OE" SD ELT ME 07

on-zen God ter eer, Wijl Hij in_de heid der vol-kren tal; Doch ‘het licht is al - les zwij-gend stil; Maar in de - ze die-nen van den mensch,Wij ook _ kun-nen

ma-king voort te gaan: Daar-om_ moe-dig. : WT

Pd

« Ee Cek 7, er kan Im De RT Bi BRENGEN MENT SER A EE Be BU ZLLLE EE WE A er Le nn a me Vn ma Se vei WASE 85 CTITPE EN VRA SED)

B ij HT B DEET £ ee Bnn ARDA: pj ER DR 19 MENE DN BA BATEN EED ERE OET AT EE we KE OE ME GE mn EO

Nt ammn ere STe

laat- ste da-gen Brachthet E- van pe - lie weer ont-sto- ken, Dat vooreeu- wig chii laat-ste da-gen O - pen-baart Hij weer Zijn zen Heee en, en et is des er A voort -ge-stre- den, Straks zijn wij van strijd ont-

ad Dr ar, mr a a r PETE ed: Bd erat B Rie ver | Bit eam mna sean waan KE ADEREN SNS (NLF

AEL 3 ri RN WE a A OE

|

|

3 E Ä

Betten dp rd ET

_dlkaf:

ATR Sers“ "rie VE an mt En ST nn Ta men EEA jd OE OE CEN

weer, Bracht het B - van-ge-lie weer.

zal, Dat__ vooreeu - wigschij-nen zal.

| wil, O0 - pen-baart_ Hij weerZijn wil.

1 wensch, Als___ het is des Hee- ren wensch. | daan, Straks zijn wij van strijd ont -daan..

de

í 5 EE EN Ed Plhlilk Ade | Ad EEEN WE LEE | En mn B GWL EEN AES | LE EE 0 Ge EE EE Os” SNT | ERIS B AETR EN EE EERE |

No.69. De Heere is mijn licht.*»*

: AN \ Em \ A rue Np Le Bi JH | np es ) De | 1. De Heer is mijn licht; waar-om dan gevreesd? Hij

| 2. De Heeris mijnlicht;'tge-loo-vi-ge oog Is | 8. De Heeris mijnlicht, de Heer is mijnkracht, De 4. De Heeris mijnlicht,mijn eeu-wig-lijk goed, Zijn.

kp ) ee:

ERROR ) ver ) is_ steeds mij dicht na-bij_—_ door ZijnGeest. Hij im- mer ge-richt op 'tZi - on om-hoog,Waar. zon - de - lust zwicht,’kver-win in Zijnmacht.Mijn vlek-loos ge- zicht D glans slechts en gloed. Hij

ole 1 S- BOEWENE BREE MOE EUN

teen BECRORENSE on EE B

so ND MODE df Ô vem DRE Pr eee

ARA:

is mijn Ver-los- ser van zond'en van smart,Die À „_Je-zus in glo-rie en glanszit ge-troond,Hoe _

zwakheën be-dekt Hij met tee-dre ge-nâ, En

is mijn Be-hou-der, mijn ko - nink*lijk Hoofd, Zijn.

£ \ N | . ì heer U TL EN Re IT Me ú WERD ED REEN EE NEL ben 6 B MISE NONE MEE ENEE CEE) nn OT BEEN EED KEEN KR

$ JW )

Lj ' Waza \ L\ Bz » Ke an 4

A NN EEE LED EOD DE AD BREN DOREN MENE Ee WEN „SCEE CA EERE LLT VN HE KONNEN W BEUGEE U" ARO EIO DELEN EEK ID

LUT zaal - ge ver-zeek-ringgeeft Hij min mijn hart, kan ik dan blij- ven waar duis-ter- nis woont? ‘koogst Zij-nen ze - gen vroeg-tij - dig en spâ. naam wor-de im- mer ver-hoogd en ge-loofd, -

„ea

De Heer ______ ismijn licht, Hij is mijn De Heerismijnlicht,de Heer is mijn licht N\ | A

Dt Nn . / ACH: Eh BEP OEEE_TENE OTA kad : eN EN EEE DEET GE EE ie TED EEE RE pede CEN (OE ME MET Bp EN Ii Ae 4 p ï | Zi

vmma EE nt vert nt

en ge- mij mijn.

en ge- zang;

Sens EE 4 Ë En =S E ler) E en D a)

Hij is mijn vreugd Hij

…_ vreugd

Ad

)

leert mij mijn plicht, Hij stiert, Hij stiert mijnen gang.

10

y,

„Komt, al-le zo-nen Gods, met’t priesterschap ge- „Keer weêr: ‚ver-lo - ren schaap,keer we-der tot uw Be - keer u,wordge-doopt, dan is uwkwaadver-

„Als al-les is doorstaan, ge - ein-digd is uw.

Nid) d Ì dd

Bn GO DO

er - kon-digt'sHee-ren woord, uw Her-der, Dan oogstgij ze-gen in, 0 ge-ven, Ont - vangden Heil gen Geest, dan ee Zal van den dood de Heer uw.

plichtsteeds o - ver-we-gend. Het werk der laat-ste dwaal dan tochniet ver-der. Pro - fe -ten za-gen zult gij eeu-wig le-ven; Werp op denHeerdan li - chaameens be -v An Loo ze Ais uw

ERD Ar e y ; tijd vangtaan, Dat Is - rel huiswaartsheen zal gaan, En t reeds voorheen Ver-meldden’tluid in _hun-ne reên, Dat al - le zorg,Hij is ten al - len tijd uwBorg;Hij Ko-ningzien,Hij zal u vreugdeen vre-de biên En

DD NN NNS nn ns Ee Ke

kee- ren weertot Zi - on,ter eer van ’tLam. gij zoudtgaantot Zi - on,ter eer van ’tLam. brengt u heentot Zi - on,ter eer Zijns naams.- dui-zend jaar in Zi - on,ver-eend met Hem.

1. Zie den heil’- gen Engel vlie- gen, Ko-men 2.Hoor,o mensch, die blij-de bood-schap, Ga van 3.Hoor, o mensch,naarzij-ne bood-schap,Zie,de 4

„Hoe ge - va - ren u ook drei. gen, Zij des

Eje & sl Po) Er):

ge-lie, Zoo als ‘teenmaalwas wel - eer. ge-lie, Wordt ver-zoendmet u- wen Heer. - ko-men, Sluit u bij Godsvolk nu aan. ein-digd, Gaat gij in Zijn eeuw-ge rust.

EA EP EEE ER KENG PCE HI EF EISEN K EED UE LONEN ISEEN WEEK) BO BD ER WES Ee EWA OD ED ON ED EN SE WL BT AN ED IE CERN

ESP U AVENE Mit TU GI AE EEEN EN

1.Wie Godmint,heeftgeen stof Tot vreesvoor ijd’- len 2.Hij wei-gert Go-de lof Die Hem nietheeft ge - 3. Ja, God,die daar re-geert,WaarHij theel-al aan- 4: Dieheil-ge God der macht,Die Va - der,Bronvan

Bs

En en Eenes hoon, Tot vrees voor ijd’-len hoon; Ver - ee-nigd zin- gen kend, Die Hem niet heeft ge-kend; Gij,knechten van Zijn schouwt Waar Hij ’t heel-al aanschouwd,Bedaartdenstorm,als

hoop, Die Va- der, stk hoop, Dieons totgidssteeds

wij Zijn lof, Aan - bid- den voor Zijn. _He - mel - hof, Maakt Zij - ne kracht be - Hij ’tbe-geert, Ver - lost die op Hem geeft een_ wacht, Wijst on-zen le -vens-

BEEN P____{ 4 If ae enen Danen neen |

troon, Aan - bid-den voor Zijn troon.

kend, Maakt Zij-ne krachtbe - kend.

bouwt, Ver - lost die op Hem bouwt.

loop, Wijst on-zen le - vens - loop. BANE KE ERG EN 0 Nn Bee Ed EDEN KOE DE ARE A EEN LEE ERLE EE RO MOEREN REE |

5

‚Wij staan dan eens vóór Hem, Bewijzende Hem eer, (bis) Door Zijn genâ klinkt onze stem: Voor altijd met den Heer. (Aes)

| 6. Eens zullen onzer veel

Genieten eeuw'ge jeugd, (bss)

't Vooruitzicht op dat heerlijk deel Geeft ons voortdurend vreugd. Gis)

150

_No.73. Heer! geef Geloof .**

H.E -GILEs.

15 In duis-ter-nis ge - bon-den

Z2.Heer,geef ge-loof om te weer - staan

3. Dat hier-doortwij-fel wordt ver - stoord, sl bel

Het on-ge - loo-vig men-schen - hart. Des monstersklauwen boo - ze list, Tot- datmijn oog Uw glo-rie ziet;

Diep zinktde ziel, die smaadt het licht, Een grootge - loof, waar - door wij gaan, Leef ik op aard;in ‘tgees-ten - oord,—

el Ne 24 Der_ waarheid roepstem im - mer tart, Van_ trap tot trap,tot U - we rust, Uw mil-den ze-gen derf ik__ niet,

ds

EL ES EER KEY Ie 1) e

Der_ waar-heid roep stem im - mer. tart. Van trap tot trap, tot U - we rust, Uw _ mil-den ze - gen derf ik niet.

_No.74. En | Se Ee De Verspreiding van het Evangelie.

1. Je - ho - ‘va, Heervan’tganschheel-al, Ver- 2. Met smachtend hartver - lan - genwij, Heer, 3.’t Werk rol - le voort,tot - dat hetwint In __ 4, Een lied van al - le vol-k'rensaâmWeer-

LED KEEN EEP" LIE U EEG 5 E.E" EE EEEN 7E 9" BEE AEK EE ETAT

en EE LRE 7 BEEN ELS BEEN AREN EAU nan

klaar Uwrei-ne woord, Tot ‘tzij verspreiden. naar Uw Ko-nink - rijk, Dat d'aardeenszij van elk ver-wijderd oord, Tot - dat een ie - der gal-medan in ‘trond, En Uw ge-rech-tig-

fes? ri Or een Sien ) EN afd o - ver-al Uw na - me zij. ge zon - den vrij En in haarglo - rie men-schenkind U een-maal toe be - heid en faam,Klinke uit een ie - ders î N be TCE CRD CTR 5 GS PED PKD De EEN EE EN ID KEN EEE EEE REEN RENDEN WEL EE MEN CEE RE WE B jeden

er-spreid, en prijk,—- daard eens zij van Tot - dat een ie - der Uw ge-rech- tig -

153

el

a EE enn nn er-al Uw na-me zij ge - Snert zon-den vrij En in haarglo-rie AE menschenkind U een-maaltoe- be - ort heid en bee een ie- ne mond.

\5/ No.75. KE De Pinksterdag. E. BEESLEY jet TD GE ee esin 1. Glbot was de vreug-deop 'tPink-ster feest, 2. Zijn ga-ven,door geen menschge - dacht, 3. Met macht be- ‘kleed, in je - der_ oord 4.Die op uw woord ge - loof, wil_ slaan _ BEE eh EENREGN BN ME DSE Zea nn nen EL ze ELI ET ON EE DE En) ) e ed “Toen vanGodstroon de Heil’- ge Geest Be-za-ten o- ver - tui - gings - kracht; Ver-kon-dig-den zij Je - zus woord : En wordtge- doopt in__ Je - zus naam, s « GE Eee EEE EES on

Door ie-dre ziel werd Go - des woord Al- Pre-dikt het schoon ver - los - sings-plan, Het- : Ontvangtver- gif - fe - nis van zond’ En.

ton-gen vuurs,_ door Hem be - daar in ei - gen taal ge - welk een ie -. der red-den— kan. vindt het heil in Mijn ver - bond.

5. Dat wijsheid trone of onkund’ bind, De oprechte ziel wordt als een kind; Mijn heil'gen Trooster, als een pand, Zal Ik haar schenken door uw hand.

_> Satan beeft voor zijn nederlaag, De zondaar ziet zijn wegen graag. Maar gij zult als verwinnaars staan; _ En volkren nemen waarheid aan.

155

_No. 76. Verlosser van Israël!

„Ver . los - ser van Is- rel, onz’ ee-ni-ge 2. De Her. der ver- za-melt Zijn scha-pentot - 3.Lang daol- den wij rond in de zon-den en 4. Als kin-drenvan Zi-on ver-wachten wij

vreugd, Tot Wienvoor een ze. gen we gaan; Een een, En voert hen naar Zi - on in vreê. Waar- schuld, Én von-den geen vre- de daar-bij; De Hem, wj ne - men Zijn tee - kenreeds waar.Vreest

f)_L Hen f Denen PMD Eed BEE BLENG BER ens: D BV MT TER EE BEZ Wi SNE ETT RN DE SON Sl a en EN m

scha-duw bij dag en een licht in den om lan-ger treu-ren in da- len des vij - an-den lach- ten bij ’tzien on - zer niet, blijft ge - trouw, want Zijn ko - nink- rijk

s „sss

| dwa-lingheeftHij onsont - daan. __doods?-De__ Heer, hun Ver-los-sergaat meê. smart, Maar Ís - rel is spoedigweer vrij.

tuurder ver.los-singis daar.

pmm Ed

No.77.

_— Ons hooger Doel.** EVAN STEPHENS,

1. Gij dwa-ze ziel, die abott er if het 2.Dwaasheid,el - len .deen smart, Acht gij ons 3. Hoe-wel zoo arm en… klein, Aan u-wen 4. Rijk-dom on-schat-baar groot Biedt Je-zus’

Ô Kn |

Ì

pad der deugd, Gij zoekt ver- geefs een le - vens-lot, En kunt niets groots of smaad ge - woon, Zoo dwaasen nie- tig, lief - deons aan, Met vreug-den uit de

an - dre weg Tot heil,: ge - luk__ en heer- lijks zien Of goeds in on - zen rij - zen wij Ver bo - ven u - wen le - vens-bron Wordt on - ze ziel be-

SU | | \

DP LR OPOE SRA Dane Ti:

Den & EED he en En Ef. waan ee en ORE a GT om PS NE MU OMEN EG UE EE ZON EN VN

vreugd. Waarom werkt gij het kwaad, En ijlt tot dood. Als-of tot leed_ op aard, Wordtsomshet hoon. Tot hoo-ger doel_ heeft ons De Heil-ge laän. De Heilge Geestschenkt ons Ge-na-de,

ds dd

ed VAE EF A ED _ CUD AL EEN BETE VE EE AEN SEN LORE BE ENE eisal AG DRT EEN ERD HEEE EE SED MEE KEEN MEE SEREEN ME ba El

uw ver - derf, En haatde wijs hart_ door-knaagd, Wij le-ven, van Geest_ ge - leid; Tot ko-nin - gen wijs - heid, macht. Leidtook ons pad

van _— om- hoog, Ver - beurt_ uw he-melsch erf? gansch ver- acht, En ster - ven on - be-klaagd. pries - ters heeft Ons Chris - tus’ bloed ge - wijd. kom - mer heen,„tIs tot___ons heil be- dacht.

Zar BEEREN el Sd Nelle He BE GE: | A ELD REE EA EE ENEN LE GE ES En WEP SCES een nn se am!

54

Gods Englen dienen ons,

Zij slaan ons altijd gâ, Bewaken steeds met teedre zorg De kind'ren der genâ.

Zij schenken al wat ons

Tot eeuw’ge vreugde dient;

God zelf is onze Vader trouw, En Jezus onze Vriend.

6. In ons wordt naar Zijn beeld, Gerechtigheid ontplooid; Wij zijn met glorie eens bekleed, In vlekloos wit getooid. Meêlijdend zien wij neêr Op d'aardsche vorstenkroon, Want ons geboorterecht is eens Te heerschen met Gods Zoon.

159

De Morgen Zions. | W. N.B. SHEPHERD:

Geef ons plaats om eens te zijn Waar zich „Zie hoe licht de. mor- gen daagt,Schoon na _ „Zie, haar zon ver-dwijntniet meer, God is . Zj - on, blijf be-staan en bloei, Schijne uw EED

Br ODO a

E fan VK en Ben Ee tn ee ee

ga-dert Zi ons volk. Zie haar kin-dren, zulk een donk’- ren nacht; Zi - ons heer-lijk- zelf voor haar een licht, Ha- ren weemoed

eerst ver-spreid, Zich ver-zaam-len als een heid ont-luikt Vol ge-rech-tig-heid en macht. weert de Heer, Eeuwge vreugdheeftHij ge-sticht. van al - om, O - pen hun uw Konink-rijk. ss # ge

No. 79.

_ Waarheen gaat gij?

y, ) | ) Fiad 6 Lj i „Zegt ons, Heil-gen, wáar-heen gaat gij, ’tOog om- On-heil,storm en ramp be-dreigt u; Zijt gij „Zegt ons, Heil'-gen, wat ver -wacht gij Als uw 5 EN ons, Heil'-gen, mo-gen wij ook Met u

) hoog en hand aan hand? Wij gaan op des Ko-nings voor'tge-vaar be-stand? Waar-om zou-den wij toch deel aan’tWes-ter-strand? Glo - rie-kroon en Pries-ter- trek-ken naar dat land? Komt,weest wel - kom, volgt ons

ete ST TETTËE 5 5 s mn nn nn ne en ZEE od van 8 Á ï 9, D, a e , f ì

ea vi | De roepstem, Naar Zijn Zi -on, 'tVa-der- land. O -ver vree-zen Als wij vol-gen Gods ge - zant? tPriester- klee-ding—Bij vol -har-ding-uit Gods hand. God, den al-len,’tOog op God en hand aan hand! jj der

En, Ò

zee en berg en da-len Gaan wijnaar de blij-de

schap zal ons ge-lei-den; God zal ons van ramp be- Heil-gen, On - ge - zie-nen, Zul-len wij eens zien-de Eng-len vreug-de- zan-gen Zal de Heer ons zelf ont-

de

za-len, Gaan wij naar de klij-de za-len Van Zijn vrij-den, God zal ons van ramp be -vrij-den, Hij brengt die-nen, Zul-len wij eens zien-de die-nen In Zijn van-gen, Zal de Heer ons zelf ont-van-gen In Zijn

Me er zeer Zi - on,‚'tVa-der-land, Gaan wij naar de blij-de ons in tVa-der-land, God zal ons van ramp be- Huis in tVa-der-land, Zul-len wij eens zien-de Huis in tVa-der-land, Zal de Heer ons zelf ont-

za - len van Zijn Zi - on, ’tVa- ) vrij - den, Hij brengt ons in tVa- der - land. die - nen In Zijn Huis in ‘Va- der - land. van- gen In Zijn Huis in ’tVa- der - land.

dd

No. 80. za Het Hart kent daar de zijnen.

„Als voor-uit-ge - reis-de vrien-den, Strij-ders Heil, mijn zie-le! wat u tref-fe En in en ver-moei-den, Heft in

. Komt, be - las -ten

‚E. PPD 5

Va -der-huis om-hoog,Vreugde ons al-les doet ver- on -der Je-zus’ vaan, Die met ons den Hei-land kommer bui-gen doe, Datdie hoopuw geest ver- ho - petoog naarginds, Waargij uw aan -’tstof-ont-

et ned ee ie dann aen En )

—_ 168

B ee EE Hil 2 Mb ol Wee ml O2 RE He B tn ied ee ande OE OO zaal B Gh mn 5 bes h en A | | lin 5 ik 5 be hi E Cal | le Ln ek Je | ë „Je Ô | ) 33 MEE GD L, sk HO hl 8888 - EL ® Ik eo Ive’ 4 it D 5 5 ie 53 B E |

hart de zij-nen

kent de en IJ P EEEN

ijnen,tHarte kent de zijnen daar.

Uit: „Het Zand der Vreemdelingschap’”) 165

t kent daar de z

Boven de Sterren.

No. 81.

1 ster -ren zal ‘tlicht voor u 2.Bo- ven de ster -ren wordt al - les u 3. Bo- ven de ster-ren,daar ziet gij eens 4. B de ster- ren, daar Ee „schen de

Daar wordt uw ho - pen, uw klaar-heid, Daar ziet gij ze - ker de we - der Al - len, die ‘lot hier van pal - men, ‘“tKoel-fje u toe, dat de

_ Je

| B

wen-schen ver-hoord; Hier moetgij lij - jeje raads-len ont-huld, tWoord der be - lof - te, den u heeft ge-wend; Daar valt de scheidsmuur, de sla - pen u kust. En-glenge- lei - den met

dul - den en dra- gen, Daar wordt uw _ Godd'-lij -ke waar-heid, Daar wordt het sto - ren-de ne - der, Daar wordt de

hei - li - ge psal- men ‘tDogd-moe- de ged add

vre - de door niets meer ver-stoord, Daar wordt uw heer-lijk én eeu -wig ver-vuld, Daar wordt het ziel doorde zie- len her-kend, Daar wordt de har -te ter eeu -wi-ge rust, zee de

vre - de door niets meer ver -stoord. heer -lijk en eeu - wig ver- vuld. ziel door de zie - len her - kend. har - te ter eeu - wi - ge rust.

sd

/ j (Muziek: Neerbosch’ Zangen) 167

No. 82.

nu door den geest van wen Zoon, 4. Laat ons dan Zijn i - gen zijn,

y y L/ / / d Trouwe He-mel-va-der bo-ven, En mijn geest voor Dietot redding is ge-bo-ren, Dat Gij van der Onsge-lei-den, in onsbranden, Zoo - dat, wan-neer - In Hem in-nig,trouw den Schenk js Zij- ner

ij Zen p/ D BEE SRr U ver-schijnt Om met en-glen U te waar-heid troon Ook mij, sterv-ling, hebt ver Gij ons roept, Gij ons reikt Uw Va-der-

lief - de macht, Mo-ge ons niets aan Hem ont- Eer

= zicht

Dan om-straalt mijn aan- ge

loo-ven. ko - ren.

han-den. roo-ven.

86 - lijk,

den nacht tot ’tlicht,

ik Hem dan ben

Als Voer ons uit

Kd

- na - de rein

se

Maak ons uit

Dan om-straalt mijn Als ik Hem dan

Waar wij zien Uw aan -ge-zicht, Voerons uit den

hemelsch licht

lig,

Welk een za-

»

Neemt Gij mij in ’tHemelsch rijk

uit ge- PE

ons

r,laatons za-lig zijn! Maak

Va -de d

| aan-ge-zicht Welk een za- lig, hemelsch licht.

ben ge-lijk, Neemt Gij mij in tHemelsch rijk.

nacht tot ‘tlicht,Waar wij zien Uw aan -ge - zicht.

p.

ee

na-de rein, Va-der,laatons za-lig zijn!

©

__No. 83.

hdkaad

d mij

lei

Als een Herder,

“ont U

det, mij eeds vr

Dat mijn hart r

Hei-land,als een her-der - loof -

‚Gij be

bl

ae) SS © ES © S'® Sm | a | 525 Ie omst 6 ope D em D ES mi 05

nen

| Gd © „2 8 AO 1 an RS Es DP 0 EE es A pel © er p= ed

leid mij, zoe - ke,

Doe mij ken

= || 84 „© &o he dn 5 5 en sd 32 Î rd © © © zs EE ne 1 UI ers oma) © EB „5 ke Cm 5.8 6 rl —R es D SS 5

Lief - de

- re,

gen lee

Dat ik_ van Uw we-

170 -—

) emnnserd

in…- Dier-bre Je-zusl

U, o na-de maak mij rein boe -zem vull

rein mijn

plaats bij

En ijn en

Leer mij nee-drig zi

Dier-bre Je -zus! Dier-bre Je-zus! ’kBlijf in U

- vre-deen

-den

te

red

kep} > 5 em,

bre Je-zus!

*

ier- Dier-bre Je-zus!

D

„zus!

bre Je-zu Dier- bre Je-zus! Dier- bre Je-zusl

-zus! Dier

ier-bre Je Dier -bre Je-zus! stils___ Dier-bre Je-zus!

D

barman je

klein

neer

A

te_ red-den kwaamt Gij neer.

Om Leer mij

klein:

gijn en:

nee - drig

vre deen stil

te

kBlijf in

kl

Morgengebed

1. Mijn eerst ge-voel zij prijs en dank, Loof

Dat

- trou -we knecht, Steeds

2. Heer, neem mijn lot ge - na-dig waar!

ik, als een ge

3. Dat 4. Dat

In

-tijd

= vens

le

-luk der d

À

’t

pi

God - za -lig, nee-drig, En dan loop in zaan

y iel! De Hee - re hoort uw

m ziel! U vol- gen zal. Wees mij een Red-der .

SEREEN BETEN ERD mij - ne

lof - ge -zang, Ver - hef Zijn naam, o

y, God, o ik naar de waar-heid streef, U -we vrees ge- niet mn nnn ann, nnn

ziel! Wees val. Geef biedt. Mijn

-vaar, Een Va-der als ik

aar-heid Be-sluit,als Gij ge-

in ge kuisch en recht Door Uw ge - na -de leef. Dat

On en rn en annen mm en men vn and ) nu ge- pre - zen, od der macht, Ge -

mij een hart op deugd ge - richt, Ver - ik om an-dren bij te staan Nooit eerst ge-voel zij prijs en dank, Loof

Et

dankt zij U- we trouw, Dat ik na de - zen vuld metlief-deen moed, Een wij- zen geest, die

werk of po-ging mijd, Mij steeds in hun- ne God, o mij-ne ziel! De Hee- re hoort uw_- A) |

N

A

Vik” zach-ten nacht Het dag-licht weer aan - schouw. zij- nen plicht Er - kent en wil-lig doet. goe-de daân En hun-ne deugd ver - blijd. lof - ge - zang, Ver - ai Zijn naam,o…_ ziel!

N N EE 3

Far ZN CE K Ll Ld LP iT EN EE EEEN DP CERES DE EE iS GEEEEERN DS pe L EEE Sh 0 EEN PEEN LEENE RESNCOONE SRS OE U RES 7 EEEN Ed EG Deh EE CEE EEE ENEN VEENEN EN EEE MEN SD GG Ì

No. 85.

iele.

1, mijn Z

sti

ij

_Wees g

er-trouw op den Heer,

2. Wees dan blij, mijn zie-le, Be-rust in den Heer,

»

-le

mijn zie

b)

1. Wees gij stil

Pi

mer-meer.

‚Gods trouw neemt geen keer.

-zus nim

Je

„le,

® 5 ‚® pens de ond kend

ijkt

Wat u ook ont wat w

Want,

Blijf on -ver-saagd. Want de mor-gen daagt,

»

Wie u ver-liet,

God be-geeft u niet

174

En uw zaal-ge toe-komst Brengt meer dan gij vraagt. Uw vertroosting blijft Hij Steeds in uw ver-driet.

Dan smaakt gij vrengd.

dier- bre Hei-land, Kom spoe- dig,kom,

Nog slechts een wij - le,

0,

- heugt.

== jee) an 2e Es © En CRE S A5 Oe 2 8 L| s.S zE © S 2 4 Ee. SE e 1 TE u 53 ern 35 5) Zi

men

2. Niet in

No. 86.

ons daar we - zen,

zal het

eZ A | Edo S8 à 28 5 N K=, 85 Sd bs RE 3 sE ® RENS © a do; © Gand

3. Za - lig

„nij, Maar naar Zi-ons

Die voor Zij -ne schapen stierf, En voorhen het Mesechs woeste

Of in

Nureeds,voor er Je -zus is, Maar toch duizend- Bens ed REKER AE

Kd

in de

eeu-wig le-ven, Aan het kruishe den,

dier-bre stran

ma-len meer nog, Eens

BES wl ESS HI 688 Slk En ez He | ES 3 HE SES gaan Bee Zeu RS SE a: Sól ui ln

=

=118-=

her - der, roept Hij ons me - de! Je - zus!breng ons

met

de len.

- ven- als Komt, trekt al -

E

Zoo gij hoort naar

® B rn) Lj

Ln kn 5 ©. >

Lie -

Zij- ne schaapjes een voor een;

Luistertdan ook En dat ras de

om God te doen,

_Spoedig,waar Gij zelfeens zijt!

bs het u

IN 888 IN Hi SEE il En ed DN 5 | Ile EEA A EEE 5 Kij SEEN | he SS Een Bell A 8 © hn 5 5 SK nan Hls a Hij Ë gee H E38 U AN Ss ed mn: AL Ees Kil ê SN te! N 5) î ®. UT 255 Al

En tan

Spreekver - ge - ving op mij uit. Ik ben vei - lig dan al - leen. Nooit Uw kin - de - ren___ ver - liet. besdan in ga: Ah: Uw’ vree, , d zg, pl ET P ® OR ma Hi rik. Ne) No. 88. En hd | Voor hen rijst mijn Bede. SE. niee Te tad 2 P | ke, 1. Ik heb een Hei- land, Hij pleit bij mijn 2. Ik heb een Va - der; Hij heeft mij ge- 3. Ik heb een bruidskleed,zoo schit-trend,zoo 4. Ik heb een vre - de, die ‘thartdoet ver- Gn nnn ns

Va - der; En wie mook ver - la - te, Hij ge - ven De ho - pe des le - vens, zoo blin- kend, Dat heer- lij - ke kleed is voor blij - den, Een vre - de ver- geefs in de

Pi

Jed zjn id blijft mij na- bij; Zijn oogslaatmij ga-de in za-lig,zoo zoet; Wel- draleidt Hij mij in het u ook ge-reed; En als mij dat feestkleed ver- we-reld ge-zocht;Mijn Hei-land al - leen stort dien

d

BP ol tee- derst er - Aaen Och, dat mijn Ver- rijk der ver - los- ten, Kom, zon-daar, ga siert in den he - mel, Och, zag ik ook vre- deuit in ’thar- te, Ge - loof, dat die

met mij den Heer te ge- moet. u daar om-gord met dat kleed. vredeookvoor u werd ge-wrocht.

Voor u rijst mijn

u.

“bid oak voor

hl la) Ù 5 1 keb} le) 5 Hand zj > Ae! em Sa |

5. En heeft de Heiland in liefde u getrokken, |

Vertel dan aan andren, hoe dierbaar Hij is; . En bid, dat uw Heiland ook hen tot Zich trekke,

_Uw bidden voor andren verhoort Hij gewis.

Koor na het laatste vers.

Voor u werd gebeden,

9

Hij hoorde die bede

Uw bidden voor andren verhoort Hij gewis.

bundel.)

Wit den Sankey-

181

No. 89.

/. Hier ben ik, Heer,om te ver-vul-len, WatGij in 2. Be-wondrend heb ik o- ver- wo-gen, Hoe U- we 8. 0, dat ik im-mer op U bou-we, O Gijmijn 4. Nooit wil ik mijvoor spottersschamen, Wegensden

U - wen lij-dens-nacht, Naar Uw 6. en lief-deons heeft be-dacht; Hoegrootis wel Uw rots,mijn heil,mijn Heer! U zeg ik on-ver- dienst U toe - ge-bracht, Nooit mij tot ee-nig

heil-genwil-le, Alsplichten wel- daad ons aanbracht. me - de-doo-gen, Dat U aan’tkruishout heeft gebracht. breekbretrouwe Bij ’ta-vondmaal ter U- wereer. werk be-kwamen, Datmijn ge- we- ten zon- dig acht.

Nl En ie eed Jed d,

Cd Bn) | Pl a} Baer 2 df AE ME 5 EEE U EPEN ROEMEN AGE WO ME TR Et RRS EED HE MERG IED PA EEE NE AES 14. RET

O0, geef van ster-vens - smart De U - we wil ik eeu- wig zijn, Doorstroom mij met een stre- ven rein

ne dd

Gees- tes - kracht, Ux Thans nieu-wen in - druk in__ mijn hart, „Gij stierftvoor mij, ver - droegtdie pijn, _ Omsteeds op - recht-ge - zind te zijn,

ds 273 |

Pi \

Ee () 4 | ED LEEN BEG GEENEN LEEN KEE SE EE KOEEROD MEN OKRES ENEN EEDE ETEN } ien Eed Mp Ed BE EE a earn A OEE Mn ED | ON a ND EE NP NE LTE SD nl BA GD Emm Sa í |

Mij U- we Gees-tes- kracht,Uw licht. Thansnieu-wen in - druk in_—_ mijn hart. Gij stierftvoor mij ver- droegtdie pijn. Omsteeds op - recht-ge- zind te zijn.

eN EEE En LE Ma CP. ESE GEE VE AG SEL CEE Pl EAN EE ATEN ENE OE COEN CEN ENEN ND LE ED BEET CAE | EED EE END REN KO B) KERES MEM 0 BS GE EN SCEE ANG |

_Vermurwd lig ik aan Uwe voeten, _ In smeeking, Heiland, lof en dank. Laat Uw genâ mijn strijd verzoeten; ’k Wensch— als des wijnstoks eedle rank Dat, om te sterken mijne trouw, Uw Avondmaal mij zeegnen zou. (Bis.)

33

hek

ijk Land

Een heerl

| heer - lijk,

ZOO

top - pen straalt

_ hui - zen

ver - heft

ver-

2d

© © SE

| >| fe es SSH so Sas lS 1

À

ier ge-bouw-

fier Pi)

zich 4

on - Zen

bloe - men -

keb)

+ 5 © © = ua ©

S met tot

eeuw’ - sierd hoog

Wes - ten

boo - n, zin -

re de der

in ‘tver - -lijk in

-lijk on -

dui- zend stem -

ligt lief - li lief

da - len me 8 ik

men

184

loofdaan’tzaad van is

Aan hun-ne voe-ten Hoe bloei-en daar de

Be - Het

het huis des -

de, "5 1

Oe gs! en) &o s 5 kn kel ke > en, sn > = © DA: erml E _ dan,

cr © Ss © edo EE

Sas U A ® ® to Et O erm © es SSP N En pos EEE an Ër oP 82

der prai-ri- en wei, na - bij, dd A

vel- den, voor-heen een woes-te - nij,

_ Hee-ren,waar Hij steeds is

_gra-zen, in

met vreug

roept ook u

- de, scha - pen,

en Chen

vre - de vee __vroo-lijk jui - loofd door de

aai Cm

kom daarheen met kom daarheen met kom daarheen met

kom

Kom

Dre) ksb s et DD eb)

nl Le) Gr! ae!

5 5 ©

ed

o kom met mij Naar

mij, kom

ja kom,

kom, kom,

‚kom,

kom, kom, o kom met

Zi- onsheil-ge ber-gen,

Ren © B 5 © el © | ke) 2d E © 5! 5 PD a) Li Sd ke) Me)

186

Kom, o kom met mij, je

O kom, kom,

kom, kom, kom,

kom, kom, kom,

oe

en, kom, kom o kom met mij

: « DN KK ; e jee

5. In zijne kostbre zalen stroomt nu het heil'ge Woord, Als troost voor alle zielen, uit ’s Hemels gouden poort. Ook zorgen milde handen, in deze dalen vrij,

_ Voor ieder wees en weduw,o kom daarheen met mij. Koor. Kom,o kom, exz.

187

No. 91

En

Mijn Hoogste Goed!

dig

scherpste

ge- na - blijf mij_— na

te goed,

pel Ò © &o keb} a) in do © ©: sl

00g-S

-

1. Gij zijt mijnh °2.Gij zijt mijn

Uw woord

„Gij zijt mijnhoog-ste goed!- Uw lief - de En

8. Gij zijt mijn hoog-ste goed!- de

van Gij En

bloed geeft

Uw har-te - maak mijn zwak ge - moed

_ Uw ver-troosting zoet. zwak-ken le-vens- moed

bij,

Pijn Maakt macht Geeft

Heer!

Mijn ziel heeft U var

Penn

RE er D omt erm 3 DA BP 5 4

||

“t W ER: RENS tt [ bo 5 2 ae P 8 N w

L

A

5. Gij zijt mijn hoogste goed!

er = Ee el ua © kee) D an ad zn A hel p= & a Ne am ak of 5 Har) en Á kb] 60 DE N

Gij, Heer, alleen!

maak’ Uw Geest steeds meer

Met U mij een.

Och

_Verwachting.*

92

| No.

rens rij-

en zienden tem-pel! Zijn to

zen

2. Wij wil-len zienden Hei-land, Hem zien van oog tot

il-l

189

&

Waar

tig Naar. stem; Wij

- zen sta - Als Hij eenskomt in glo- rie Van sten. zins

Zijn

- sen wij ren Chri- -ren wij

©

&o

©

© 5

Wa

5 © ©

2. 5 ® d

= Za ua = ve N

it

he-mels blau d'oorden daar om- -_ men U loo - en hoo

’S ko

Hem.

in

- gen ons

- heu

ò d

land, Ontvangt een woonplaats in.…—

ze Hei-

on krij-gen Vaders’ ze-gen,Ver

pn -ZUS,

Je

d

No. 93.

Rusten aan Zijn Zijde.

zwak ben en ver-moeid,Heer, Kom ik 2. Gij zijt needrig en zacht- moe-dig, Dat ik, 8. Wees mijsteeds na- bij, o _Hei-land,Troostmij 4. Houdmij rein,Heer!maakmij hei-lig, Vul mijn

rus - ten aan Uw zij. Zie mij ko-menin ge- Hei-land,van U leer, Laatmij nimmervan U op mijn le-vens- reis. Maakmij rein van al - Je hart metvredeen lust; Leidmij voort,tot-dat ik

ded PEN

loof, Heer, k Weet, Uw bloed maakt rein en vrij dwa-len, Houd mij aan_ Uw zij, o Heer, zon-den, Leid mij naar_ Uw Gods-pa- leis,__ vei-lig Juichaan s'He - mels zaal-ge kust

@ id PRS , © NS A CU CD GE EE ; DB —f Et EE TEEN CTI CEE AG Lj PE PE AEN WEE EEEN 0E ON OE ON OEE OU MRT ED nere EERE AREN Le

zie mij

ko -men,

de

0 3 2

E =>

et

-land

Hei

B

Sag des EAS mj ne eel © AS

et

° opd p E © Sn © &: Ela le Nie

RE 8

5 EN S rak EAS- Gn ha enk © En v SS

= ËS <s CU 615

192 ee

Dag der groot-ste heer-lijk-- heid!

glans,

van kleur en geur en Hem, der Heer, voor wien ik

Vol

leef,

Als aan Zi-ons le-vens-stroo-men Mij mijn

Daar zijn en-kel zon-ne - stra -len Aan een

Waar ik, rus-tend aan Zij

©

n voe- ten, Eeu-wig-

dier-bre Hei-land weidt. Daar is dan de grens der

on -be-wolk-ten _trans.Daar sierteens een konings-

lijk Hem ee -re

,

geef, Heer! tot-dat die dag des

me ne

15

leed. reid

Va-ders vol des Heil-gen ge _ trouw.

;

mer angst of

ook een sneeuw wit Pries-ter 5:

Je - zus eeuw U - we komst be -

Daar baadt zich ons oog en Wie eens met des

Maak mij,

te In

' 8 ie) 4 8 fa 8 a © 42

Zo - ne Hierschand en smaad-heid

Gees -tes, Voor

kroo-ne En har -

smar -

194

No. 95.

De Zeven Kruiswoorden. | JEN EVAN STEPHENS. —r EN

smen Je -zus heil-ge han-den Aan den ‚Als de Hei- land aan het kruishout Tus-schen 3. Als de ne -vens Hem ge-kruis-te Aan Zijn 4. Als de duis-ter - nis den berg-top Met een

EON B ATEN EE oe EEE CE ES SE ET CLE N _—_N) PA be IVi} SEE BE EEE DEUS GED NN EREN EES U WE LIEREN (EEEN UE D en ns LE EEEN EERE ;

PR

hou-ten kruispaal sloeg,Was’t aandoenlijk om't aan-

aarden he-mel hing, ZagHij nogZijn lie -ve onschuld hul-de deed,Vond men Hem,hoe af - ge- dik-ken mist om -toog, Die den mond der spotters

\ Te _e

Er

4 FR N as Ne LS ATTENDANT ETON Aan me | paie VE rammen antenne rn A bh FeS Bee Hea f nt as DOEN PEEN EEEN GENSEEN GNEE D ERG RE B dE ze GEENEN

zn y, r) ER * | k ú

schou-wen, Hoe Hij smaad en smart ver- moe - der En Zijn lief - sten vol - ge- mar -teld, Nog tot liefde en troost ge- ie snoer - de, is os hart ú met schrik be-

ss de

droeg. Bij het ling. „Vrou-we; reed. Ja, die woog, Toe in

jef

Die Hám hand en __ voet deed

Zo - ne, Als Hij toog op de - zen hoo -ring: Heer, ge - denk hier-na aan nauwdheid, he een pie - lijk „8e-

klin - ken van den sprak Hij, „zie uw

be - de vond ver- tui - terst der _ be-

Sprak Hij: „Va

Daar -na: zo - ne, zie uw „He.- den zult gij“ sprak de Riep de Heer het „B - li,

dep ven

geef hun, Die niet we - ten wat zij doen.

moe-der. 'tWas voor hem_ en haar ge - noeg. Hei-land,„tPa- ra -dijs__ zienaanMijn zij. E - li, La - ma Sa - bach-ta-ní® uit.

sd

5. Als de Heiland teind genaakte, En het scheidend levenslicht Nog de laatste flikk'ring spreidde Voor hun half verbleekt gezicht, Sprak Hij voor de vijfde male, Uit Zijn diep vermoeide borst, d'Eerste klacht tot Zijne beulen, Met een deerniswaard: „Mij dorst.

6. Toen was toogenblik op handen,

Dat een eind’ maakte aan Zijn lot, “Oogenblik, dat aard’ en hemel

Ons verzoenen zou met God. Als de profetie vervuld was,

En het vlekloos Lam geslacht, Riep de Heer met groote stemme:

„Ss Menschen redding is volbracht

7. Nog één woord klinkt van Zijn lippen,

Eer Zijn hoofd terneder zijgt

En Zijn afgesloofde boezem Van den bangen doodsnik hijgt.

„Vader!“ riep Hij, „in Uw handen Geef Ik over Mijnen geest:

Daarna stierf Hij; smart en lijden, Dood en doodstrijd was geweest.

(Overgenomen) 197

No. 96.

De Ure des Gebeds

-bed, Gij En

van ge bid

ijd,

t

dens

ure heid

1 © e NS 5 > e

zaal’- ge

Gij leidt mij tot des

Blijf im-

%

uit der zor-gen net, der werk en strijd

bat on-

rukt mij Sab

mer ster-ken

m'ontviel! Tot

tal

Den Hel per,groot in trouw-be-toon, Die - bel

Waar hier in Ba

Va-derstroon, iel,

en

198

Mijn

reed,

Kz Red es hell E: m Lj ® &o a 8 © ke

woord ge

ik

voor Zijn kind tot de -

op

än bij mijn werk en En dan mijn voet zet

8 B 8 GE G8 ie, k= B pe, =| [<D) © 8 zi

5 SS

)

-rol als een kleed

aäm

-te s

RK &0 ep 5 Lo rg ks Eee! 1 © &o $ ro ® ln! | jj

-ge Va -der -

tee

strijd tot staf U,

land der rust.

aan de kust Van

(Uit den Sankey-bundel.)

199

No.97.

ions.

Dochter Z

Er af - heugd!_ -vids Zoon!

Gij___Da-vids Zoon,

a

Gij_— Da

ad Wees

1. Doch-ter__

2. Ho - si 3. Ja,

na,

Ho - san-na,_

an

volk;

-Za - tem!

Zijn

Vre - sd

„- ru

J

GE Ren et EER We KE ma Be” Le / | Rn af e

ze - gen zij

d

Juich thans van vreug-de, Heil en Wees nu__ ge- groet, o

de - vorst! mien Benen B

Br

Heer! Uw - wig staat Uw

ch E © e &p Bi Ee se

Sticht ____ nu, Eeu -

200

toe.

de - vorst! U

Vre - komt

na

5 5 8 Kl en,

*Blij ____ Ho - san -

Ja,

an -na, Gij Da-vids Zoon,

Ho - si

0

Wees _ nu ge -groet,

at Wien

No.98. | | Het Licht des Heiligen Geestes.

Andante. GEO. CARELESS. y |

AvA: D HBN ASH KI EEN KEG Ga _2.Hij wascht ons door Zijn bloed,Geeft oo -gen

8 waar-heid zegt geen mensch,Dat Je - zus „Wij zien slechts gE ge Geest De kracht van

wil__ van God; Dat wij__ ge - tui - gen om te zien; Hij, die_ voor zon -daars is___ zijh Heer, Dan door_ den Geest, die Je - zus’ bloed; Dies roe - pen wij ver-

d

van __ Zijn leer En van ons za-lig lot. leed __en stierf,Wil mij ook hul-pe biên. hem_ be -tuigt De waar-heid van Gods leer. heugd en blij: „Gij zijt ons eeu-wig goed:

5. Och, dat de wereld kenn’ Het alverzoenend Lam! Gods Geest, bewerk geloof, en toon Dat Hij tot redding kwam.

6. Dat door genàâ zij zien Den weg tot zaligheid, Die voor een ieder menschenkind Uit liefde werd bereid.

7. Geef hun een vast geloof, Dat, wie Zijn wil betracht, De kennis in zichzelf bezit, Ten val nooit wordt gebracht.

O,hoe schoon!**

4 L\ N AN LEENE GEEN KEEN 1e’ BCA VEREN so ED LL @

Poen

1. O0 hoe schoonzijn Zi- ons vel - den, 2.Waar de kin-drenGodszich bui - gen 3.Waar de jeugd, in rei-nen vre - de,

4.Waar pro - fe - ten we-der spre - ken,

het beek-je kab - belt tge - bed, bij dag en nacht, Kuisch vol-trekt den eeuw’-gen bond, Aan - ge-daan met Go - des macht;

tie - ren,

tig

-den lus - „gen als reuk-werk stij - gen

en-glen haar be - hoe - den

Wou

Smee - kin En Gods de

Waar de

-lijk -prij- ken, -

©

5 D

; "5

8

perd!

©

led

En

lacht.

lijk

Tot den troonvan'sHee-ren macht. Daarstaat men op heil-gen grond.

En het bloemp-je lief

O hoe schoon O hoe schoon O hoe schoon

Rijk ver-sierd en pe -ne pracht.

O hoe schoon

O hoe schoon,

ROES

Re BEE nn EE EE waar de wouden staan, 0 roe schoon, 0 hoe Go-des kindren zijn, O hoe schoon, _ Ohoe

Zi-ons hei-lig land, 0 hoeschoon, 0 hoe

Gods pro-fe-ten staan,0 hoe schoon, 0 hoe en

ge, À y, y. | | Pp schoon s _het‚,waar de wou-den staan. schoon tLand;waar Go-des kin-dren zijn. schoon Is dan Zi-ons hei-lig land.

schoon ‘tLand;waarGodspro-fe -ten staan. |

tt Ae” Î

5. Waar de tempeldaken helder Glinstren in de middagzon, En den heilgen wordt gegeven Water van de Levensbron. O hoe schoon, o hee schoon | 47 ene bis t Land, waar templen weder staan.

6. Waar de Heer Zijn uitverkoornen

Samenbrengt van heind en ver; Boven Zions eeuwge heuv'len Blinkt alleen de vredester.

O hoe schoon, o hoe schoon, Lion, waarheen wij eens gaan.

205

| bis

No.100.

Vertrouwen.

we - gen, Al ver - trou-wen, Be - „Wel kan Zijn hulp ver - tra - gen, En

L\ Cd

wat u'thar-te deert, Der trou-we hoe-de en geert gij d'uit-komstgoed; Op Hem uw ho -pe tschijnt of in den nacht Geen licht voor u zal

ze - gen Van Hem,die ‘tal re - geert; bou-wen Bij al-les, wat gij doet. Niet da - gen, Als - of geentroostu wacht. Doch

Lif

- den Wijst ren! Draag

pal - men

den de

% lij

zal eens EN Hij

5 42 5 B el @ al

î penal © ed

lang

-gen

Kan ook wel we

spoor en loopen baan,

nog een poosuw kruis! Wel -licht slechts wei-nig

u

Zelf in

-we hand, Dan zingt gij vreug-de-

thuis.

eeu - wig zijt gij ‘teeu-wig Va -der - land.

d 3 0 nl js © 2 Ei ks

‚Waar -

den - ren, En „men In

vin - u psal

207

No. 101. De Boodschap der Zaligheid.

Wijze. No. 100.

1 Wat is het Evangelie, Dat u zoo zeer verblijdt? Wat ist, en wat zal t blijven, Voor nu en voor altijd? Het is een eeuwge boodschap Van vreê en zaligheid Voor hen, die zich bekeeren Van ongerechtigheid.

2D. Waartoe is het gegeven In onzen levenstijd? Zal ik er ook naar streven, . Mij wagen in den strijd? Het is een blijde boodschap Tot kennis van uw lot, Opdat gij, sterflijk wezen, Zult worden als uw God.

3. Laat ons dan dankbaar strijden, Gehoorzaam aan Zijn Woord; Laat ons elkander steunen Door daad, gebed en woord. Weet, als wij steeds volharden, Dan is aan ‘teind ons loon, Dat Godes hand zal geven:

Een overwinnaarskroon. A. de Brij.

ROB

No. 102. | j _ Het Oprichten des Koninkrijks.

_… Jos. J. DAYNES.

. Na- bij is reedsdie zaal-ge dag, De 2. Des Hee- ren woor-den fa - len niet, Hoe 3.Haast valt dat groot ver-meng-de beeld,Goud, 4. Dan wordtdoor Jood en Hei-den saâm Den

groo- te dag van on - zen Heer, Dat ook de Sa - tan te - gen - werkt; De

zil - ver, ko - per ij - zer, leem; De Groo- ten Schep-per lof ge - bracht; En el Pe /

Hij, met de__ver.- los - te schaar Zal steen rolt van den berg nu— voort, En heer-schap-pij— van bij - ge - loof Vliedt ton -ge - loof wordt dan door Hem Ver -

En EEE df ESS ENE LE |

En WAN OMVAL OP ON WER MEE EE Rn

ASU Ep anne ese ze bnr el ko - men tot deez’ aar - de neer. wordt steeds groo-ter on - be - merkt.

voor het. licht der waar- heid _ heen. ban - nen in een eeuw’ gen nacht.

Ó 7 Oj mt u” Pe err" | | EERE RLR AE EEE Ze EE 0D CUE WEE MN RLG AE LE IN OE ELRO EER DRS EMT OPEN —MTECRENGDE ODE EN EE WEES O0] EN EE EEEN ELN BETEN Zei TE |

Van Oost tot West, van Zuid tot Noord Zal ’s Heeren Koninkrijk eens zijn;

_ En kindren veel van elk geslacht

_ Zijn dan verlost van zorg en pijn.

No. 103. De Wereld ligt in t duister.

H.H. PETERSEN.

„Heel de we-reld ligt in ’tdon-ker; aat den In- di - aan en Ne - ger,

L „Geef aan hen, die zijn in ’tduis-ter,

Heer, ver - Geef, van

55 @ © ei =

En _ dat dra de Hun, die blind zijn,

el kb) od an =| (<B) x I= eb) en)

Le KS) er 5 sE? md gn (sb) Leb, 5 2 a) 5 keb) me, Ld kn ind @ = ua

mijn ziel en vraag:

de won-der-ba - re red-ding On - ze God hun

vul Uw Woord met luis-ter, d’Oos-ter-kust tot’t Westen,

Ja, laat al

+5 5 (3) 5 es (eb) (eb) 5

z ee) S85 ï t t 2 A JS 0 | ere) ende

SE eb)

SS 5D Î Ea es 5 bn =\ nl Rn. & A + JI I ap

gen daa

aan komt bièn. weêr 't ge- zicht.

Mor

dig, kom,ja kom. Wordt ge - hoord van pool tot pool. licht-glans Bre-ken door hun don-kren nacht.

No. 104. |

Het Sterven onzer Geliefden. JoHN. S. LEWIS.

1. Als ge - lief- den zijn ge - roe - pen 2. Wel keert ‘tli-chaam weer tot deaar- de, _8.Hij, die hen hier met ons plaats-te, 4. Daar zien zij hun vroe-gre vrien-den

EN el 7 d EC ed Br oe a F rr nd EO a an ann a nn mea B E dd

Zar a aam

is z ENE DV” EEEN ENT BOT DEED OET CEN EE

p UAE EN GEN KEEN BEEN +” PEEN LOES EERE EE DOE TSE ET on VA EES DEE ND CE MP 2 £) e) B NEN MENE EE REDE AED EE Ee

an _— Zij - de tot het graf,

Maar de__ geest keert naar om - hodg;

Sneed het aard-sche le -- ven af, In. ’tvoor ons ver - bor - de oord;

Ld QI

Weet, dat zij slechts, bij het ster-ven. Weet, dat zij niet zijn ge - stor- ven, Want Hij heeft hun ar - beid noo-dig

Daar gaan zij, in— hun- ne roe-ping,.

Leg-gen deaard-sche zor - Maar ver - bor - gen voor uw 00g. Aan de an - dre zij van ‘tgraf. Tot een hoo - ger le - yen voort.

5. Laat ons dan niet langer treuren, Drogen we onze tranen af, Want de Heiland heeft verbroken, Ook de boeien van het graf. eh 6. Dat wij ons nu toebereiden, Want straks breekt het tijdstip aan, Dat ook wij als onze dooden, Naar de andre zijde gaan.

213

de wo - ning van

1. Een en- gel kwam neer uit

i ed @ D zi: 5

id rij ©

> 2 (<b] ® & el

5 te} zL

=| te) o

o ®

Es © ua

ee [eb] s | ®

S S (sb)

5)

eN

hoort nu de bood-s

3. 0,

ligt om ge-

0)

Eike n 1

5 ® > ‚5 in | N=; 5

ja | e= ua

TE) KE S A SR et [eb] . [eb] ME Ene | S 5 ae;

wenscht

-nen-de hand dd

Een zeeg

ve - len;

er_— in Com-mo-rie;” tVer - kon-digt Gods

loof op te bou-wen

Een __ stem van den

rd

© E 5 je DE Ps as) I= k=) ® & E À aaf ® en 3 5 fe | 83 8d s „E et Del 8 BE 2 =| A, Ee dE ' S bo ® & ® ES "5 > © 1 0 E & & 32 ze keb) ee sg © © e= tn | 38 z EL | z 8 Eee as (e) * @

1 Ean Si vm len, SE rn B) S= fj | ee) © =S 1 feb] dee AR | 2 Se Se hd | Gd ie 3 5 1 dial 58 5 ro ‘DS SS IE) RENE 2

zal plan-ten, Hij

in Zi - on

Chris-tus

id

stel E ling van Is - rel richt we -der

Chris-tus als het - geen was ver-

en

)

al

op

ga - dert d'op-rech-ten door

2

Is - rel,Waar

rel, o

Ot Tere

215

gij

No.106.

Israel, Israel! *

God _—_ roept u, Roept u

1. Is- rel, Is - rel!

| Ek v © o ln En es 5 mA s -& 82 a dee 5 Hed | 2 Se =e SE [S&D ERR 55E

SS if DO © Sad Sl FA | | | WW wr Ul jm pf ee keb] Kk ® ' t ' eg

=— 216

uit zonde en stem van Je - zus zoet. Dag van en - gel tot u neêr,— Om uw dik - ke duis-ter - nis? Go - des

ded

Ba - by -lon zal val- len, ©, val heer -lijk -heid en glo- rie, Kom Zijn kin-d'ren te be - die- nen Met een oor - deel na-dert spoe-dig;-Stel u

bood-schap van den Heer. Kom tot Zi-on,kom tot zelf geen hin-der-nis. Kom tot Zi-on,kom tot

Zi - on Kom en kniel aan Je-zus’ voet. Zi - on En leer van Zijn we-gen meer!

Zi - on He -lof -ten zijn ge - wis. dn

No. 107.

De Bron van mijne Vreugde.” Andante. | we G. CARELESS.

A 5 1, Mijn God, de bron van al— mijn vreugd,Mijn 2. Als Fin mijn don - kren nacht ver- schijnt, Zoo 3. Hoe vei-lig maakt Uw hulp, als ik De

4, Kon ik ont - vluch-ten Hee huis, Bij

È S EE as HE | Je - ven en mijn vree, Gij richt mijn breekthet dag - licht aans. Gij zijtem'een le - vens-zee_—_ door-klief, Als Gij mij

zulk een vreug - de - woord, En stiij-gen _

lot be - schikt mijn heil, Sterkt mij bij

hel - dre mor - gen-ster, Een zon-licht Uw ge - be - wijst, En fluis-tert: langs der en - glen rei_—_ Tot vreug-den

ded

Kd f) men SE DE me A8 LI AT EEE dt EF EEN GEEN EU EEN BEERTA ED ORN EE | ET EEN CEN EET EO EEN BEEN Art EN PE RE EON ESTEN (CEEER | ASV Le Mam | Sed

ie-dre schreê, Sterkt mij bij ie - dre schreê. op mijn paân, Een zon-licht op mijn paân. kHebu lief, En fluis-tert:kHeb u lief.

on-ge -hoord, Tot vreugden on - ge-hoord. TE, een 5 Ies Gn ee SE 5.

Geen schrik blijft mij, voor hel of dood, Geen vijand houdt mij neêr;

Uw liefdevleuglen en ’t geloof

Doen m'overwinnen, Heer. (bes)

—_ 19

‚No. 108.

„En ik zag eenen anderen Engel. Openb.44.6. ER } EVAN STEPHENS,

1. Wat zag men daaraan den he- mel? Vlie-gen 2. Had men dan geen E - van-ge -lie?— Ve - le 3. Was het wa-re E-van-ge-lie Aandeez’

| ind s pr De D) kod De UQ CET 6 RRUEE EN MORE MEE A WI EN ED an an <a _e-H $ En Baseer KEZ EOL: 0 CE IE IN EL ORD OG KT VORMEN NCR ionen Ed É nn SEN

kwameen En - gel neêr. Had hij ook wat meête door den mensch ge- leerd …— Maar hetwelk bracht dan die aar- de dan ont-

en

EE em RRD ) brengen?—’t E - van-ge-lie bracht hij weer. Ja, met En-gel?—’tIs het ou-de weer-ge-keerd;’t Werd ge - hoorden? Wees met Godes recht vol-daan, Zoek Ds | ee died Je: ee Sam NA 5 5: Bm in

macht wor -= de ‘tver - kon -digd, O - ver - leerd door Pau - lus, Pe - trus En door oogst, waar niet ge - zaaid is, Noch een

al zoo klonk zijnwoord, Aanelk volk en taal en Chris-tus on - zenHeer.'tIs hetstre-ven van de dag waarheerschtde nacht. Nu de waarheid wordtver-

Re Nd

Leke EEP GEE ME ED 1 EE EERE en

De EE A EE LTD EER DA Gl GEENEN SP VEN EL

ENE EE EE AE OE Jen ei NO B EEEN 15 TE A zal md. Wen BE BEEREN "EET

na - tie, Tot in * verst ver-wij-derd f Heil'- gen, Stipt te _vol-gende- ze leer. kon - Med, Laat ons blij - ven in haar macht.

No. 109. Kindertjes, bemint den Heere.

1. Kin- der- tjes be - mint den Hee - re,

2.Vroom en nee -drig, als de Zoon Gods, 3.,Eert uw va - der en uw moe - der,

Leert Zijn heil-gen wil te doen. Hij wil ie-dren Bid-den wij den Va-der aan, Op - dat w'im-mer Leert de Hei-land u en mij. Helpt uw zus-ter,

EON MRM RIIK EE ed CO EN EN EEE BN DALEN REE EERS

En

dag u lee- ren, U metspijs des he-mels voên. van den troonGods Krachtontvan-gen on-der’t gaan. helpt uw broe- der, Staat el-kaarvol lief-de bij.

he - mel an - der

den waar - heid - min- nend,

deugd ge - win-nend, van den tein - de Klem-mend ons, trots ‘taardsch ge - we - mel,

d'een

dan

Ee ls =| I el: CS AR Ee > dd keb) eb) let) Ü B eb) 5

rei -- zen,

Bid - den wij min-zaam,

oor - zaak Je - zus

het nau - we, Kracht en moed tot _ Eer - lijk, Ee Zoo - als On - ver-flauwd aan

Op Zorgt daar - om dat

zig Jak

No. 110.

Feestlied.“ | Moderato. ©.J. THOMAS. Ò_ | j | | Hr Den INV ge f) N land Ee 5

1. O Heer,keur goed ons fe ge - tij, En | 2.Stort U - wen goe-den Heil’- gen Geest Op 3. Dat on - ze Zon-dag-school eens zij Ons

maak van âl- le zorg ons vrij. Laat,wijl wij hierzijn, _al -len uit,hierop dit feest.Maak on-ze har-ten al - lertrots,dat bid-den wij. En, Heer,dat elk, tot

elk gemoed Ver-vuld zijn van Uw ieflet oed. één, o Heer, Dat wij ver-staanUw rei-ne leer. %tein-de toe, Ge-wil-lig Uw ge- ie den doe.

«

No. 444. Bn 8 O Jezus, Gij Gever!

Je- zus!Gij Ge- ver Van wat ik ge-

ELP koud als - ecem-ber In zon-den ik

niet, Ont - vang thans het er : fer Dat

lag, Ge - denk ik met blijdschap Den

„werk; U heb ik ge - vonden, Tot de 2 &

s

| en kind hier biedt. Voor im- mer ver - heug-lij - ken dag, Toen Uw E - van - _trouwmaak mij sterk. Uw Gee ek Vi mij

heugd zifgt Mijn hart van Uw naam, Uw ge - lie Mij za-lig-heid bracht, En_ schra-gen, Ge - lei-den Uw REE Om

s a d

goed-heid,Uw grootheid En lief-de te zaâm. ik, mij ver-need-rend,Er - ken-de U-we macht. uieen-maal te bren-gen In Zi - on, Godsland.

a

No. M12.

Vlug naar de Zondagschool! ** W. G. BICKLEY.

1. Vlug naar de Zon-dag-school, Kom, kom, kom. 2. Vlug naar de Zon-dag-school, Kom, kom, kom.

3

ar: « EE CRE CEE CAT o WEE „OE EED ATL EEE EES VEN DEE URN ENEN A CE bh VRED D EN & MN EE RN

DO Len GEE CEES D ETEN EED ES 2 EEEN ON GEE NE EDE OO A ER NEE en DN ON EN ND ON BD MV MN

Waar-om te wach-ten-staan? Kom,sluitbijons u aan, zl Hier ge-venw'eeren lof Hem Die uit’t he-mel-hof

Hierleeren wij van twerk in 's Heeren Rijk en Kerk,

bi

Graag zien w'u me - de-gaan, Kom, kom, kom. Zijn Geest ons zendt in ’tstof, Kom, kom, kom. Zoo on-ver-wrik-baarsterk, Kom, kom, kom.

AP

_ 0, wachtniet, ka-me-raad, Aanstonds is het te laat, Waar-om te wachten staan? Kom, sluit bij ons u aan,

Van lee-raars goeden wijs, Kom, kom, kom:

Kom,’tis uw ei- gen baat, Kom, kom, kom!

Graag zien wu me-de- gaan. Kom, kom, kom! a |

De Sabbatdag.

THOMAS C. GrRIGGS.

| .Stijgons lied nu zoet en teêr, Want de . Heil-ge dag, van zor-gen vrij-tEeuw-ge _— . Lief.lijk ruischt het plech-tig lied, Wijl een 4, Dankbaar klin - ke’tblij ge-zang,'t Spoor Gods |: =

hd ==,

Sab-bat is__ er weer, Voor’s menschen rust, Voor

le- ven zoeken wij, Dat loon zoo groot, Dat elk zijn ga - ve biedt:tGe-bro- ken hart, t Ge- volk met zach-ten drang Tot bid- den aan, Tot rl es

Pan)

8 N _s Le Î k zet CEV END te EN SOE OENE EE | LOE B) EON IJ A EE EN ON ED RN WEE wv AES FU OER KEN GEEN EE CEE Dd BP NR<